|
LYMPHOGRANULOMA VENEREUM (LGV) |
codes 0099.1009 / A55. |
|
Lymfogranuloma venereum (synoniemen lymfogranuloma inguinale, ziekte van Nicolas-Favre) is een SOA gekenmerkt door een genitaal ulcus en lymfadenopathie. Wordt veroorzaakt door Chlamydia trachomatis, serotypen L1, L2, L3 (vooral L2), een obligaat intracellular organisme, dat zich verspreid via de lymfbanen en zich vermeerderd in macrophagen in de lymfklieren. Oorspronkelijk een importziekte, die veel voorkomt (2-10% van alle genitale ulcera) in ZuidOost Azië, Afrika, Centraal Amerika en het Caribisch gebied. Nu worden ook in Europa af en toe gevallen gezien. Komt vaker voor bij mannen dan bij vrouwen, vooral bij homosexuele mannen. Anale sex is een risicofactor.
Anamnese: anale / onbeschermde / frequente contacten of contact met personen uit endemische gebieden?
Klinisch
beeld: verloopt in 3 stadia. In stadium 1
ontstaat, na een incubatietijd van 10-14 dagen (spreiding 3 dagen tot 6 weken)
een vaak onopgemerkt klein papeltje, papulovesikeltje of ulcus Stadium 3 (genitoanorectaal syndroom) kan veel later, zelfs jaren later optreden en wordt gekenmerkt door proctocolitis, perirectale abcessen en fistels. Symptomen zijn koorts, pijn, tenesmus, pruritus ani, purulente of bloederige diarree. Uiteindelijk kan als gevolg van de infectie stricturen, necrose zelfs obstructie van het rectum ontstaan. DD: Crohn, carcinoom, hidradenitis suppurativa. Ook lymfevatobstructie komt voor met als gevolg oedeem, fibrose en uiteindelijk elephantiasis van de genitaliën.
DD: andere SOA's: ulcus molle (chancroid), primaire en secundaire lues, granuloma inguinale, herpes, en andere infecties: cat-scratch disease, mononucleosis infectiosa, tuberculose, tularemie, brucellose, bubonic plague (Y. pestis), lymfoom, metastasen.
Lab: Chlamydia serologie, type L1, L2, of L3 (5 ml stolbloed, liefst na 2 weken herhalen) of Chlamydia-kweek (liefst uit aspiraat lymfklieren). In sommige laboratoria zijn immunofluorescentietests of PCR / NAAT beschikbaar (NAAT Chlamydia trachomatis inclusief LGV genotypering L1, L2, L3). De sensiviteit van kweken (30-50%) is lager dan van de serologie (80%). De LGV titer wordt 2-4 weken na de primaire infectie positief. Een titer van 1:64 of hoger of een viervoudige stijging wordt beschouwd als positief. De diagnose LGV wordt gesteld op klinisch beeld en serologie. Eventuele partner(s) onderzoeken, screenen op Chlamyida en andere SOA's, en meebehandelen op epidemiologische gronden.
Therapie: R/ doxycycline 2 dd 100 mg gedurende 3 weken, of tetracycline 4 dd 500 mg, gedurende 3 weken, of langer (tot complete klinische genezing). R/ erythromycine 4 dd 500 mg gedurende 3 weken. R/ sulfonamiden: sulfamethoxazol (b.v. cotrimoxazol 2 dd 960 mg) gedurende 3 weken. Azithromycine is waarschijnlijk ook effectief (niet gedocumenteerd). R/ pijnstilling (NSAID's), eventueel lokale warme compressen. Fluctuerende bubonen die op springen staan mogen worden ontlast met naald en spuit. Benader de abcesholte door gezonde huid en vanaf bovenaf, voorkom dat een opening met de buitenwereld ontstaat (complicaties: secundaire infectie, chronische fistelvorming). Zonodig herhalen. In een latere fase kan chirurgisch ingrijpen noodzakelijk zijn (bij chronische fistels, stricturen, obstructie rectum).
Partnerwaarschuwing: Alle partners uit de afgelopen 6 maanden.
16-04-2011 (JRM) - www.huidziekten.nl |
|
||||||||||||||||||||
|
|
|
|
|||||||||||||||||||
|
|
|
|
|||||||||||||||||||
|
|
|||||||||||||||||||||