|
SYNDROOM VAN MARFAN |
codes 0759.8012 / Q87.4 |
Pathofysiologie
Het syndroom van Marfan is een autosomaal dominant erfelijke bindweefselziekte,
die wordt veroorzaakt door mutaties in het fibrillin-1 (FBN1) gen op chromosoom
15q21.1. Dit gen codeert voor fibrilline, een belangrijke bouwsteen in het
bindweefsel van de o.a. de ooglens en de aorta. Door de genmutatie wordt
multimerisatie van fibrilline tot microfibrillen tegengehouden. Andere mogelijke
mechanismen zijn een verhoogde gevoeligheid van de fibrilline voor proteolyse en
een dysregulatie van transforming growth factor (TGF)-ß activatie, wat leidt
tot apoptose. In ongeveer 5% van de gevallen is er sprake van een mutatie de
novo. Door de afwijkingen in het bindweefsel kunnen oculaire, skelet, en
cadiovasculaire afwijkingen ontstaan.
Frequentie
(Data uit de USA)
Geschatte frequentie ligt rond de 1 per 10.000 personen. Marfan is een van de
meest voorkomende genetisch bepaalde bindweefselziekten. Er is geen
predispositie voor bepaalde rassen of voor mannelijk of vrouwelijk geslacht. De
symptomen kunnen vanaf de geboorte aanwezig zijn of in de latere kinderleeftijd
optreden.
Kliniek
De diagnose syndroom van Marfan wordt gemaakt op een aantal criteria gebaseerd
op de familieanamnese, moleculaire diagnostiek en 6 orgaansystemen. Moleculaire
diagnostiek alleen is niet voldoende aangezien niet alle fibrilline-mutaties
geassocieerd zijn met Marfan.
Gereviseerde criteria (1996)
Major
criteria: specifiek voor het syndroom van Marfan, komen zelden voor in de
algemene populatie
Minor criteria: kunnen ook aanwezig zijn in de algemene populatie
Voor de diagnose Marfan zijn tenminste 2 major criteria in verschillende
orgaansystemen en 1 minor criterium in een derde orgaansysteem nodig indien de
familieanamnese negatief is. Indien de familieanamnese positief is voor Marfan
is 1 major criterium nodig en 1 minor criterium in een ander orgaansysteem.
NB. Niet alle criteria zijn bij de geboorte zichtbaar, soms wordt de diagnose
Marfan pas duidelijk op latere leeftijd.
|
System |
Major
Criteria |
Minor
Criteria |
|
Skeletal
System |
Presence
of at least four of the following manifestations |
*
Pectus excavatum of moderate severity |
|
Ocular
System |
*
Ectopia lentis (dislocated lens) |
*
Abnormally flat cornea (as measured by keratometry) |
|
Cardiovascular
System |
*
Dilatation of the ascending aorta with or without aortic regurgitation
and involving at least the sinuses of Valsalva; or; |
*
Mitral valve prolapse with or without mitral valve regurgitation |
|
Pulmonary
System |
None |
*
Spontaneous pneumothorax |
|
Skin
and Integument |
None
|
*
Stretch marks not associated with marked weight changes, pregnancy or
repetitive stress |
|
Dura
|
*
Lumbosacral dural ectasia by CT or MRI |
None
|
|
Family/Genetic
History |
*
Having a parent, child or sibling who meets these diagnostic criteria
independently |
None
|
|
*American
Journal of Medical Genetics 62:417-426, 1996 |
||
Anamnese,
voorgeschiedenis, lichamelijk onderzoek
- Ontwikkelingsstoornis voor grove en fijne motoriek door laxiteit van de
heupen, knieen, enkels, polsen, en vingers
- Diastolische souffle (aortaklepinsufficientie)
- Systolische souffle (mitralisklepprolaps / insufficiëntie)
- Hartritmestoornissen
- Acute thoracale pijn (aorta dissectie)
- Lage rugpijn en zwakheid van de benen (durale ectasie)
- Gewrichtspijn
- Kortademigheid, palpitaties en pijn tpv sternum (pectus excavatum)
- Kortademigheid en pijn op de borst (pneumothorax)
- Arachnodactylie
Eenvoudige diagnostische testen
- Thumb sign (vuist maken, duim komt voorbij ulnaire zijkant)
- Wrist sign (pink en duim overlappen elkaar wanneer om andere pols
gewikkeld)
|
|
|
|
Thumb sign |
Wrist sign |
Huidklachten
- Elastosis perforans serpiginosa: transepitheliale eliminatie van
abnormale elastinevezels en cellulair debris.
- Striae
- Atrofische littekens
- Hyperextensibiliteit van de huid
|
elastosis perforans serpiginosa |
striae |
Aanvullend onderzoek
X-thorax
ECG
ICC oogarts (spleetlamponderzoek)
CT/MRI
Moleculaire diagnostiek (klinisch geneticus)
NB Histologie van de huid is niet zinvol. Elektronenmicroscopie van het
fibrilline van gekweekte fibroblasten laat wel afwijkingen zijn (fragiliteit van
microfibrillen)
Differentiaal
diagnose
Ehlers-Danlos Syndroom, Fragiele X Syndroom, Gigantisme en acromegalie,
Hypofyseafwijkingen, Hyperthyroidie, Klinefelter Syndroom, Homocysteinurie
(verhoogde gewrichtsmobiliteit, ectopia lentis).
Behandeling
Beta-blokkers (voorkomen van cardiale complicaties). Eventueel hormoontherapie
ter remming van de lengte groei. Chirurgie. Genetische counseling (kans op
Marfan bij kind is 50%). Adviezen: voorzichtig met zware sporten.
Prognose
Afhankelijk van de ernst van de cardiovasculaire afwijkingen en co-morbiditeit.
Vroeger was de levensverwachting verlaagd, tegenwoordig met goede cardiologische
controles en nieuwe behandelmogelijkheden is die vrijwel normaal.
Website:
Referenties
|
1. |
Rook, 6e editie (1998), 2030-2032. |
|
2. |
09-11-2006 (AYG) - www.huidziekten.nl