MUIR-TORRE SYNDROOM home ICD10: C80.1

Het Muir-Torre syndroom (sebaceous neoplasia / visceral carcinoma syndrome, multiple cutaneous sebaceous neoplasms and keratoacanthomas with gastrointestinal and other carcinomas) is een zeldzame erfelijke aandoening gekenmerkt door de combinatie van cutane neoplasieën, vooral uitgaande van de talgklieren, en interne maligniteiten, vooral van de tractus digestivus, met name colorectaal carcinoom. De huidafwijkingen die het meest gezien worden bij Muir-Torre syndroom zijn sebaceous adenoma, sebaceous epithelioma (ook wel sebaceoma genoemd), sebaceous carcinoma (talgkliercarcinoom) en keratoacanthoom. Daarnaast kunnen er plaveiselcelcarcinomen ontstaan en folliculaire cysten. Talgklierhyperplasie en naevus sebaceus zijn geen onderdeel van het Muir-Torre syndroom. Sebaceous adenoma is niet hetzelfde als adenoma sebaceum (dat is een angiofibroom, o.a. bij tubereuze sclerose).

Sebaceous adenomas bij het Muir-Torre syndroom Sebaceous adenomas bij het Muir-Torre syndroom Sebaceous adenomas bij het Muir-Torre syndroom
Muir-Torre syndroom sebaceous adenoma sebaceous adenoma

Sebaceous epithelioma bij het Muir-Torre syndroom Keratoacanthoom bij het Muir-Torre syndroom Sebaceous carcinoma bij het Muir-Torre syndroom
sebaceous epithelioma keratoacanthoom sebaceous carcinoma

Het talgklieradenoom, sebaceoom en talgkliercarcinoom zijn zeldzame huidtumoren, bij het diagnosticeren daarvan alert zijn op de aanwezigheid van het Muir-Torre syndroom, vooral bij multipele laesies. Huidtumoren kunnen ontstaan voorafgaand aan (22%), tijdens (6%) en na (56%) het ontdekken van de darmtumoren. Er kunnen vele jaren zitten tussen het ontstaan van huidtumoren en het manifest worden van de darmtumor.

Patiënten kunnen multipele viscerale tumoren hebben. Circa de helft heeft colorectaal carcinoom, circa een kwart urogenitale carcinomen. Andere geassocieerde maligniteiten zijn longkanker, endometriumcarcinoom, ovariumcarcinoom, parotistumoren, borstkanker, maagcarcinoom, duodenumcarcinoom en hematologische maligniteiten

De mutatie bij het Muir-Torre syndroom (OMIM 158320) is meestal gelegen in het MSH2 gen op chromosoom 2p21. Een andere mutatie is gevonden in  MLH1 op 3p22.2. Het MSH2 gen is ook betrokken bij het Lynch syndroom type II (hereditary non-polyposis colon cancer (HNPCC)). Men denkt dat het Muir-Torre syndroom een subvorm is van het Lynch syndroom. MSH2 staat voor MutS protein homolog 2 en het gen codeert voor een DNA mismatch repair (MMR) eiwit. MSH2 vormt een heterodimeer met MSH6 en MSH3 waarbij human MutSα mismatch repair complex en MutSβ DNA repair complex ontstaan.

Klinisch beeld:
De huidafwijkingen ontstaan meestal pas op oudere leeftijd, met een piek rond de 50 jaar.

Sebaceous adenoma en sebaceous epithelioma (sebaceoma)
Gelige papels of noduli. Kan overal op het lichaam ontstaan, maar vooral in het gelaat, op de oogleden, op het behaarde hoofd. Karakteristiek voor het Muir-Torre syndroom, vooral bij 2 of meer laesies.

DD: talgklierhyperplasie, talgkliercarcinoom, basaalcelcarcinoom, angiofibromen, fibrous papule of the face, neurofibroom.

Therapie:
Curettage en coagulatie, coagulatie, cryotherapie, laserbehandeling, excisie.
R/ Lokale of systemische retinoïden (case reports).

Elektrocoagulatie van sebaceous adenoma en keratoacanthoma bij het Muir-Torre syndroomElektrocoagulatie van sebaceous adenoma en keratoacanthoma bij het Muir-Torre syndroom


Sebaceous carcinoma
Talgkliercarcinoom, komt vaak voor op de oogleden. Ook elders op de huid (oren, genitaliën, voeten). Vast aanvoelende gelige tumor (nodus), vaak met ulceratie. Kan uitzaaien.

DD: plaveiselcelcarcinoom, sebaceous epithelioma, keratoacanthoom, Merkelceltumor, basaalcelcarcinoom, epithelioma calcificans.

Therapie: excisie.


Keratoacanthoma
Zie voor de diagnostiek en behandeling onder keratoacanthoom. Een solitair keratoacanthoom is geen reden om aan een Muir-Torre syndroom te denken, bij multipele en recidiverende keratoacanthomen bij een patiënt die geen afweerstoornis heeft wel.

Therapie: excisie of curettage en elektrocoagulatie.

Diagnostiek:
Biopt van de huidafwijkingen. De patholoog kan met speciale PCR technieken en diagnostica DNA mismatch (microsatellite instability) aantonen in het biopt. Dit is suggestief voor MSH2 mutaties. Patiënten waarbij de diagnose Muir Torre syndroom of Lynch syndroom aannemlijk is ook naar de klinisch geneticus verwijzen voor DNA diagnostiek (DNA-diagnostiek LUMC), counceling, inventarisatie van familieleden die een risico lopen. Als de diagnose Muir-Torre syndroom is gesteld dan is er een indicatie voor screening op maligniteiten bij de index patiënt en eerstegraads verwanten. Bij aangetoond syndroom en gevallen van fataal coloncarcinoom in de familie is profylactische colectomie een (ingrijpende) overweging.

Screening op maligniteiten bij patiënten met het Muir-Torre syndroom en eerstegraads familieleden:
Lichamelijk onderzoek Jaarlijks, inclusief borstonderzoek bij vrouwen en onderzoek testes en prostaat bij mannen
Labonderzoek Volledig bloedbeeld, CA-125, CEA, faeces op occult bloed (iFOBT: immunologische fecale occult bloedtest)
Coloscopie en MRI bij positieve iFOBT
Urine-sediment en kwalitatief
Coloscopie Elke 1-2 jaar vanaf 25 jaar (of vanaf 5 jaar voor de jongste leeftijd waarop een familielid darmkanker kreeg)
Jaarlijks vanaf de leeftijd van 40 jaar
Gynaecologisch onderzoek Jaarlijks transvaginale echografie en endometrium biopsie bij alle vrouwen > 25 jaar met aangetoonde mutatie
Gastroscopie Elke 1-2 jaar in families met maagcarcinoom
Echo nieren Elke 1-2 jaar in families met niercarcinoom

Bron: Pancholi et al. 2008.


Referenties
1. Muir EG, Bell AJY, Barlow KA. Multiple primary carcinomata of the colon, duodenum and larynx associated with kerato-acanthoma of the face. Br J Surg 1967;54:191-195.
2. Torre D. Multiple sebaceous tumors. Society transactions: New York Dermatological Society, Oct 24, 1967. Arch Dermatol 1968;98:549-551.
3. Akhtar S, Oza KK, Khan SA, Wright J. Muir-Torre syndrome: case report of a patient with concurrent jejunal and ureteral cancer and a review of the literature. J Am Acad Dermatol 1999;41:681-686.
4. Pancholi A, Collins D, Lindley R, Gandhi P. Muir-Torre Syndrome: A Case Report and Screening Recommendations. Annals of The Royal College of Surgeons of England 2008;90(8):W9-W10.
5. Jones B, Oh C, Mangold E, Egan CA. Muir-Torre syndrome: diagnostic and screening guidelines. Aust J Dermatol 2006;47:266-269.
6. Barana D, Cetto GL, Oliani C, van der Klift H, Wijnen J, Fodde R, Dalla Longa E, Radice P. Spectrum of genetic alterations in Muir-Torre syndrome is the same as in HNPCC. Am J Med Genet 2004;125A:318-319.
7. Rothenberg J, Lambert WC, Vail Jr JT, Nemlick AS, Schwartz RA. The Muir-Torre (Torre's) syndrome: the significance of a solitary sebaceous tumor. J Am Acad Derm 1990;23:638-640.
8. Roberts ME, Riegert-Johnson DL, Thomas BC, Rumilla KM, Thomas CS, et al. A clinical scoring system to identify patients with sebaceous neoplasms at risk for the Muir-Torre variant of Lynch syndrome. Genet Med 2014;16:711-716.
9. Cohen PR. Muir-Torre syndrome in patients with hematologic malignancies. Am J Hemat 1992;40:64-65.


Auteur(s):
dr. Jan R. Mekkes. Dermatoloog, AMC, Amsterdam.

10-08-2015 (JRM) - www.huidziekten.nl W3C-html-4.01-valid



web counter