HALO NAEVUS / NAEVUS VAN SUTTON (leukoderma acquisitum centrifugum) home ICD10: D22.95

Een halo naevus (naevus van Sutton) is een naevus in regressie, met een opruimreactie er omheen. Het eigen immuunsysteem is bezig om de naevus op te ruimen. Hierbij komen cytotoxische factoren vrij, gericht tegen de melanocyten in de naevus, die echter ook de normale melanocyten in de huid rond de naevus aantasten. Hierdoor ontstaat een witte gedepigmenteerde of gehypopigmenteerde ring rond de naevus. Halo naevi komen vaak voor, bij circa 1% van de bevolking. Ze komen vaker voor bij patiënten met vitiligo en met het syndroom van Turner.

Kliniek:
Een halo naevus wordt vooral gezien bij 15-20 jarigen, met een spreiding van 3-42 jaar. Ze komen voor over het hele lichaam, met een voorkeur voor de romp. De naevus in het midden kan klein of groot, bruin, roze, of huidkleurig zijn. De diameter van de rand varieert.

Halo-naevus (Sutton nevus) Halo-naevus (Sutton nevus) Halo-naevus (Sutton nevus)
halo-naevus (Sutton nevus) halo-naevus (Sutton nevus) halo-naevus (Sutton nevus)

Halo-naevus (Sutton nevus) Halo-naevus (Sutton nevus) Halo-naevus (Sutton nevus)
halo-naevus (Sutton nevus) halo-naevus (Sutton nevus) halo-naevus (Sutton nevus)


Etiologie:
Het is niet duidelijk waarom een halo naevus ontstaat. Ter plaatse van de naevus bevindt zich een lymfocytair infiltraat, en de melanocyten in de omgevende ring zijn verdwenen, net als bij vitiligo. Een theorie is dat de naevus dysplastische kenmerken is gaan vertonen, waarbij oncogenen tot expressie zijn gekomen waartegen het immuunsysteem reageert. Een andere theorie is dat er lokaal of elders in het lichaam door onduidelijke redenen, net als bij vitiligo, cytotoxische T-cellen zijn ontstaan gericht tegen melanocyten.
Het halo-fenomeen kan ook voorkomen rond dysplastische naevi en melanomen, en rond in-transit metastasen bij melanoompatiënten die antistoffen maken tegen maligne melanocyten. Het proces wat gaande is rond een halo-naevus is interessant voor onderzoekers die zich bezig houden met de immunologische behandeling van het melanoom. Bij patiënten met melanoom kan MAL voorkomen (melanoma associated leukoderma). Soms presenteert een patiënt zich met MAL (DD van vitiligo) terwijl het melanoom nog niet ontdekt is.

Ondanks deze theorieën is een halo-naevus toch een goedaardige moedervlek die niet overgaat in een melanoom.

Diagnostiek:
Beoordeel de naevus op atypische kenmerken. Vraag of naar dysplastische naevi, melanoma of vitiligo in de voorgeschiedenis of in de familie.
Gehele patiënt goed nakijken op atypische naevi of melanoma. Zonodig verdachte laesies excideren of biopteren voor histologisch onderzoek.
Halo naevi met een halo die niet helemaal symmetrisch is (overal even breed) of die ontstaan op oudere leeftijd (> 50 jr) kritisch beoordelen op atypische kenmerken.

Therapie:
Er is geen therapie nodig, de naevus gaat meestal in regressie en verdwijnt in maanden tot jaren, de leukoderma kan na maanden tot jaren weer bijkleuren. Voorlichting geven en geruststellen. Goede sunscreen voorschrijven, de halo kan makkelijk verbranden omdat er totaal geen melanocyten meer in zitten.
Eventueel excisie van de centrale naevus. Bij verdenking op atypie uiteraard altijd diagnostische excisie of biopt bij kleine naevi, met 2 mm marge.


patientenfolder


Auteur(s):
dr. Jan R. Mekkes. Dermatoloog, AMC, Amsterdam.

23-05-2010 (JRM) - www.huidziekten.nl W3C-html-4.01-valid



web counter