|
NODULUS RHEUMATICUS (reumaknobbel) |
codes 0715.0400 / M06.3 |
|
Een nodulus rheumaticus (synoniemen: reuma knobbel, rheumatoid arthritis nodule) is een subcutane zwelling, veroorzaakt door ontsteking, die voorkomt bij patiënten met reumatoide artritis. Het is een van de klinische criteria waarop de diagnose RA gesteld kan worden. Circa 5% van patiënten met RA hebben binnen 2 jaar reuma knobbels, uiteindelijk heeft 25% van de RA patienten ze. De aanwezigheid ervan is sterk gecorreleerd met een pisitieve reuma serologie. Het is niet precies bekend hoe ze ontstaan. Histologisch ziet men een centrum met fibrinoide necrose omgeven door macrofagen en fibroblasten (granulomateuze ontsteking).
Klinisch beeld: Vast aanvoelende subcutane noduli en nodi, 1-3 cm groot. Vaak in de omgeving van gewrichten of bij botuitstekingen. Vooral op en rond de ellebogen, de tuberositas calcanei, de metacarpophalangeale gewrichten, de vingers. In zeldzame gevallen ook op andere plaatsen zoals op de oogleden, de rugwervels en ribben, voetzolen, vulva, en in interne organen (longen, hartkleppen, galblaas, larynx)
DD: jicht tophi, synovitis, cysten, ganglion, noduli van Heberden of Bouchard, bottumoren.
Therapie: Moeilijk te behandelen. Door systemische behandeling van de reuma met DMARD's of TNF-alpha remmers worden de ontstekingen wel minder, de omvang van de noduli wordt minder, en het ontstaan ervan wordt voorkomen.
Klinische
criteria reumatoide artritis (ACR-criteria): Indien 4 van de 7 criteria aanwezig zijn, spreekt men van reumatoïde artritis (de eerste 4 criteria zijn de belangrijkste)
Reumatoide artritis RA begint meestal rond 30-40 jaar, vrouwen 3x meer dan mannen. Het is een auto-immuunproces met onbekende oorzaak. Er is een genetische aanleg, maar familiaal voorkomen is toch gering.
Pathogenese: chronische ontsteking; veranderingen in hoeveelheid en samenstelling van synoviale vloeistof en verdikking synoviale membraan; schade aan gewrichtskraakbeen en onderliggend bot; erosies; kan leiden tot misvormingen en standafwijkingen.
Diagnostiek: -
reumafactor: indien RF-positieve RA (50-85%): prognostisch ongunstig - X-handen en voeten (maat voor progressie van de ziekte)
Therapie: R/ NSAIDs (ibuprofen: 4 dd 600mg, naproxen 2 dd 500mg, diclofenac 3 dd 50mg). Afbouwen: na 4 weken op geleide van de pijnklachten. Indien onvoldoende effect: wisselen van klasse, niet meer dan 2 gebruiken. R/ Sulfasalazine (Salazopyrine) R/ Methotrexaat R/ Etanercept (Enbrel), infliximab (Remicade) R/ Azathioprine (Imuran) R/ Goud, d-penicillamine (niet meer aanbevolen) R/ Ciclosporine R/ Corticosteroïden (soms als adjuvans, soms ter overbrugging van de tijd tot het ingestelde DMARD werkt) R/
Bifosfonaten
10-08-2011 (JRM) - www.huidziekten.nl |
|
||||||||||||||
|
|
|
|
|||||||||||||
|
|
|
|
|||||||||||||
|
|
|||||||||||||||