OBSTIPATIE home ICD10: K59.0

Opstipatie (verstopping, constipation) is geen dermatologisch probleem maar binnen de dermatologie kan men er mee te maken hebben bij opgenomen patiënten (gebrek aan lichaamsbeweging, te weinig vocht intake, uitdroging), bij gebruik van opiaten die de darm motiliteit verstoren en bij proctologische klachten zoals aambeien en fissuren, die via pijn obstipatie kunnen verergeren maar ook het gevolg er van kunnen zijn.

Volgens de NHG standaard spreekt men van obstipatie bij volwassenen wanneer ten minste twee van de volgende symptomen aanwezig zijn:
- defecatiefrequentie 1 of 2 x per week;
- hard persen tijdens defecatie;
- harde en/of keutelige defecatie;
- gevoel van incomplete defecatie;
- gevoel van anorectale obstructie of blokkade;
- digitale handelingen noodzakelijk om ontlasting te verwijderen.

Er is sprake van obstipatie bij kinderen wanneer ten minste twee van de volgende symptomen aanwezig zijn:
- defecatiefrequentie 1 of 2 x per week;
- ophouden van ontlasting;
- pijnlijke, harde of keutelige defecatie;
- grote hoeveelheid in luier of toilet;
- grote fecale massa palpabel in abdomen of rectum;
- fecale incontinentie 1 of meer keren per week (indien zindelijk).

Obstipatie kan het gevolg zijn van een somatische oorzaak; is er geen somatische verklaring dan wordt het functionele obstipatie genoemd. Fecale incontinentie is het onvrijwillig verliezen van ontlasting. Overloopdiarree is diarree die voorkomt bij fecale impactie, vooral bij kinderen en ouderen, en is een uiting van ernstige obstipatie. Ongeveer 10-30% van de bevolking ervaart op enig moment obstipatie, vrouwen tweemaal zo vaak als mannen. Onderliggende somatische oorzaken komen vooral voor bij volwassenen en zelden bij kinderen.

Oorzaken van obstipatie
Colorectaal carcinoom (bij oudere patiënten, > 50 jaar), rectaal bloedverlies, eranderd defecatiepatroon. Mechanische ileus (obstructie van het darmlumen op het niveau van de dunne darm of op het niveau van de dikke darm door een streng, volvulus, tumor of strictuur). Paralytische ileus (pseudo-obstructie), gestoorde darmpassage door het niet of ineffectief contraheren van de darmwand (na intra-abdominale ingrepen, bij peritonitis, en als zeldzame complicatie van medicamenten die de darmmotiliteit negatief beïnvloeden). Medicamenten, vooral opioïden en medicamenten met anticholinerge werking. Opioïden verhogen de tonus van de gladde gastro-intestinale musculatuur en verminderen de gastro-intestinale motiliteit. De productie van secreet door de darmmucosa neemt af en de vochtabsorptie neemt toe, zodat harde en droge ontlasting ontstaat. Niet alleen opioïden en anticholinerge medicamenten (anticholinerge antihistaminica, tricyclische antidepressiva, antipsychotica, parkinsonmedicatie, oxybutynine) kunnen obstipatie veroorzaken, maar ook serotonineheropnameremmers, anti-epileptica, bisfosfonaten, ijzer- en calciumpreparaten, calciumantagonisten, NSAID’s, diuretica en aluminiumbevattende antacida. Metabole aandoeningen, zoals hypothyreoïdie. Bij diabetes mellitus kan autonome neuropathie leiden tot een verlengde darmpassagetijd. Obstipatie in de zwangerschap ontstaat doordat progesteron een vertraagde darmpassage veroorzaakt, waardoor meer vocht wordt onttrokken aan de feces. Obstipatie komt ook voor bij vrouwen die een (uro)gynaecologische ingreep hebben ondergaan, door prolaps van de vagina-achterwand, rectokèle, en enterokèle. Ook neurodegeneratieve aandoeningen zoals de ziekte van Parkinson en multipele sclerose kunnen obstipatie gevenvia neuropathie en/of bijkomende immobiliteit. Bij het ontwikkelen van functionele obstipatie spelen weinig lichaamsbeweging, weinig drinken, onvoldoende vezelinname en niet toegeven aan defecatiedrang mogelijk een rol. Obstipatie kan daarnaast deel uitmaken van andere functionele aandoeningen, zoals het prikkelbare darm syndroom.

Therapie:

Adviezen:
Toegeven aan aandranggevoel en defecatiereflex om de vicieuze cirkel (harde feces - ophouden - verdwijnen van het aandranggevoel - verder indikken van de feces - uitzetten van het rectum - meer harde feces) te doorbreken. Uitleg over recidiverend karakter. Voldoende lichaamsbeweging, voldoende vochtinname (1.5-2 liter per dag) en voldoende voedingsvezel inname. Voedingsvezels zitten in plantaardige voedingsmiddelen, zoals graanproducten, zaden, bonen, erwten, groenten en fruit. Als aan bovenstaande adviezen is voldaan, is het niet noodzakelijk om extra vocht, extra vezels of extra beweging voor te schrijven. Als de patiënt niet in staat is voldoende vezels aan zijn dieet toe te voegen kunnen vezelpreparaten zoals psylliumzaad of sterculiagom worden voorgeschreven.
R/ Metamucil.
R/ Psyllium zaad.
R/ Volcolon.
Volwassenen en kinderen > 12 jaar: 1 maatdop of maatlepel granulaat of poeder of 1 sachet 1-3 x per dag. Kinderen 6-12 jaar: 1 maatdop of maatlepel granulaat of poeder of 1 sachet 1-2 x per dag.

Medicamenteuze therapie:
Lactulose (een osmotisch werkend laxans) of macrogol (een volumevergrotend en osmotisch werkend laxans) zijn beide middelen van eerste keus, zowel bij volwassenen als bij kinderen ouder dan 1 jaar. Lactitol is een alternatief voor lactulose.

R/ Lactulose: lactulosestroop 670 mg/ml (200, 300, 500 of 1000 ml). Dagelijks 15-45 ml stroop.
R/ Lactulose poeder: in sachet 6 g of 12 g (Legendal). Dagelijks 12-30 g poeder in één of twee doses.
R/ Macrogol zonder elektrolyten: macrogol 4000, sachet 10 g. Volwassenen en kinderen ≥ 8 jaar: 1-2 sachets per dag.
R/ Macrogol met elektrolyten: macrogol 3350 sachet. Volwassenen 1-4 sachets per dag, kinderen ≥ 11 jaar 1-2 sachets.

R/ Bisacodyl zetpil 1 dd 10 mg. Kinderen 3-10 jaar: 1 dd 5 mg. Kinderen 10-18 jaar: 1 dd 5-10 mg.
R/ magnesiumoxide, 2-5 g per dag.

R/ Microlax (natriumlaurylsulfoacetaat), 1 dd 1 microklysma van 5 ml. Kinderen < 1 jaar 1 dd ½ microklysma (2.5 ml).
R/ Colex klysma (natriumfosfaat), 1 dd 1 klysma 133 ml. Kinderen 3-6 jaar: 1 dd ½ klysma. Contra-indicatie kinderen: ziekte van Hirschsprung. Contra-indicatie volwassenen: matige en ernstige nierinsufficiëntie.
R/ Docusaat klysma FBA, Norgalax (natriumdocusaat/glycerol), klysma 1 mg/ml docusaat, glycerol 85%, 100 ml, of 12 mg/g docusaat, glycerol 35%, tube 10 g. Volwassenen 1 dd 1 klysma of tube. Kinderen 1-6 jaar: eenmalig 30 ml; 6-12 jaar: eenmalig 50 ml; > 12 jaar 120 mg (1 klysma of tube eenmalig).
R/ Klyx (natriumdocusaat/sorbitol), 1 dd 1 klysma 120 ml. Kinderen < 6 jaar: 60 ml; > 6 jaar: 120 ml.


Auteur(s):
dr. Jan R. Mekkes. Dermatoloog, AMC, Amsterdam.

15-04-2017 (JRM) - www.huidziekten.nl W3C-html-4.01-valid



web counter