PANARITIUM (FIJT) home ICD10: L03.01

Panaritium (fijt) is een diepe infectie van een vinger, meestal een uitbreiding van een paronychia (nagelriemontsteking, omloop) naar de diepte. De belangrijkste verwekker is S. aureus. De infectie kan overgrijpen op weke delen (diepe handflegmone), pezen, peesscheden (panaritium tendinosum), gewrichten, en botten (panaritium ossale), en zelfs tot verlies van een kootje leiden. Bij paronychia (Grieks para = naast, onyx = nagel) blijft de ontsteking beperkt tot de nagelriem. Ook het Herpes simplex virus kan een panaritium veroorzaken (herpes simplex panaritium, herpetic whitlow). Herpes blaasjes aan de vingers komen als beroepsziekte voor bij tandartsen. Panaritium kan ook aan een teen voorkomen (ICD10 L03.04).

Panaritium Panaritium
panaritium panaritium

Panaritium Panaritium
paronychia, uitbreidend panaritium


Therapie:
Als er een purulent abces is of een fluctuerend gebied dan moet dit worden geincideerd en gedraineerd. In milde gevallen is het niet nodig antibiotica voor te schrijven, openen van het abces en meerdere keren per dag weken in sodabadjes of biotex zonder bleekmiddel is een optie. In ernstige gevallen antibiotica voorschrijven gericht op S. aureus. Bij veel ontstekingsverschijnselen met kloppende pijn helpt het om de hand hoog te leggen in een mitella.

R/ Floxapen (flucloxacilline) 4 dd 500 mg of 3 dd 1000 mg.
R/ Augmentin (amoxicilline/clavulaanzuur) 3 dd 625 mg.
R/ Clindamycine 3 dd 600 mg.
R/ Spoelen in Soda bad, Biotex bad, of met antiseptische oplossingen.


Auteur(s):
dr. Jan R. Mekkes. Dermatoloog, AMC, Amsterdam.

10-08-2011 (JRM) - www.huidziekten.nl W3C-html-4.01-valid



web counter