PAPILLOMATOSIS, ORALE FLORIDE home ICD10: D00.00

Orale floride papillomatose (oral florid papillomatosis) is een verruceus carcinoom van de mondholte. Het kan ook elders in de nasopharynx zitten. Het wordt ook wel een Ackerman tumor genoemd naar de patholoog Ackerman. De tumor gedraagt zich niet als een echt carcinoom. Het is een weinig agressief goed gedifferentieerd plaveiselcelcarcinoom. Sommigen beschouwen het als een soort overgangsstadium tussen een virale wrat en een verruceus carcinoom. Maar omdat ze erg groot kunnen worden veroorzaken ze wel klachten en schade. Het is een zeldzame aandoening, vooral voorkomend bij ouderen (> 60 jr), meer bij mannen dan bij vrouwen.

Orale floride papillomatose Orale floride papillomatose Orale floride papillomatose
verruceus carcinoom verruceus carcinoom verruceus carcinoom

Bron foto's: IARC (International Agency for Research on Cancer)


Verruceuze carcinomen kunnen voorkomen in de mondholte (orale floride papillomatose, verrucous carcinom, Ackerman tumor), in het anogenitale gebied (condyloma acuminatum, Buschke-Löwenstein reuzen condyloma, anogenitaal verrucous carcinoma), aan de voetzool (epithelioma cuniculatum, verruceus carcinoom, papillomatosis cutis carcinoides) en elders op het lichaam. De term papillomatosis cutis wordt ook gebruikt voor de papillomateuze hypertrofie van de huid die ontstaan secundair aan lymfoedeem en chronische ontstekingen. Het heeft de voorkeur om de naam verruceus carcinoom te gebruiken.

Histologisch gaat het om goed gedifferentieerde plaveiselcelcarcinomen met een verruceuze architectuur. De tumoren groeien langzaam, zijn wel lokaal invasief en verdringend, metastaseren zelden. Er worden twee belangrijke oorzaken genoemd: HPV infectie (humaan papilloma virus) en roken, en nog vaker het pruimen (kauwen) van tabak wat in grote delen van de wereld nog gedaan wordt.

DD: verruca vulgaris, pseudoepitheliomateuze hyperplasia, plaveiselcelcarcinoom. De patholoog heeft een groot stuk weefsel, liefst de tumor in zijn geheel nodig om het onderscheid goed te kunnen maken. Dat geldt ook voor de andere lokaties anogenitaal en voet.

Therapie:
De voorkeurs behandeling is chirurgische excisie. Indien dat niet mogelijk is, is bestraling een optie, of een combinatie van beiden.


Auteur(s):
dr. Jan R. Mekkes. Dermatoloog, AMC, Amsterdam.

16-04-2017 (JRM) - www.huidziekten.nl W3C-html-4.01-valid



web counter