PEUTZ JEGHERS SYNDROOM (periorificial lentiginosis, pigment spot polyposis) home ICD10: Q85.81

Het syndroom van Peutz-Jeghers (periorificial lentiginosis, pigment spot polyposis) is een zeldzame, erfelijke aandoening gekenmerkt door mucocutane pigmentaties, gastro-intestinale polyposis en een verhoogd risico op kanker. Het wordt veroorzaakt door mutaties in het LKB1-gen (STK11), een tumor suppressor gen op chromosoom 19. Er ontstaan op jonge leeftijd hamartomen die leiden tot buikpijn, anemie of acute darmobstructie. Patiënten hebben een verhoogd risico op het krijgen van kanker in zowel het maag-darmkanaal als in andere organen en moeten regelmatig daar op worden gescreend d.m.v. endoscopisch onderzoek en MRI. De mutatie kan worden aangetoond met DNA diagnostiek, o.a. in het VUmc (aanvraagformulier).

Peutz-Jeghers syndroom
Peutz-Jeghers syndroom


Klinisch beeld:
Huidafwijkingen:
Bij 95% van de patiënten komen mucocutane pigmentaties voor, 1-5 mm grote blauw-grijze macula. De pigmentaties ontstaan al op kinderleeftijd, soms al in het eerste levensjaar. Ze zitten vooral op en rond de lippen, soms op wangslijmvlies, neusvleugels, handen, voeten of peri-anaal. De pigmentatie wordt veroorzaakt door hyperplasie van melanocyten en neemt niet toe onder invloed van zonlicht. Ze kunnen bij het ouder worden vervagen.

Darmklachten:
Patiënten met het Peutz-Jeghers syndroom kunnen al vanaf jonge leeftijd gastro-intestinale poliepen (hamartomen) ontwikkelen in de dunne darm, maag en dikke darm. Ze kunnen klachten veroorzaken zoals buikpijn, bloedverlies, anemie en obstructieklachten door darminvaginatie. Ook in andere organen kunnen hamartomen ontstaan (galblaas, longen, blaas, ureter, nasofarynx). Circa de helft krijgt darminvaginaties, daarom is het beleid om poliepen groter dan 15 mm preventief te verwijderen.

Maligniteiten:
Bij Peutz-Jeghers syndroom is er een verhoogd risico op het ontstaan van maligniteiten in het maag-darmkanaal (maag, dunne darm, dikke darm,  pancreas), longen, borsten, ovaria, uterus, cervix, en testes (o.a. Sertoli celtumor). Vrouwen hebben een bijna 5 keer hoger risico op het ontstaan van kanker dan mannen.

Diagnostische criteria:
Bij een negatieve familieanamnese voor het syndroom van Peutz-Jeghers:
a. 1 of meer histologisch bevestigde gastro-intestinale poliepen en karakteristieke pigmentaties van huid en slijmvliezen
b. 3 of meer histologisch bevestigde gastro-intestinale poliepen
Bij een positieve familieanamnese voor het syndroom van Peutz-Jeghers:
a. 1 of meer gastro-intestinale poliepen
b. karakteristieke pigmentaties van huid en slijmvliezen

Diagnostiek:
Patiënten met periorificial lentiginosis moeten worden verwezen naar de MDL arts om Peutz-Jeghers uit te sluiten. Als de diagnose gesteld is dan is regelmatige controle nodig d.m.v. endoscopie of MRI. Vrouwelijke patiënten wordt geadviseerd om vanaf 25-30 jaar jaarlijks borst- en gynaecologisch onderzoek te ondergaan.

Therapie:
Aan de pigmentaties is weinig te doen, eventueel camouflage. Indien ze als zeer storend worden ervaren kunnen ze eventueel worden behandeld met laser (Q-switched Nd:YAG laser, Q-switched ruby laser, Q-switched Alexandrite laser). Darmpoliepen groter dan 15 mm worden preventief verwijderd. Mogelijk is Afinitor (everolimus) effectief bij de behandeling van hamartomen en het voorkomen van carcinomen.


Screening bij Peutz-Jeghers syndroom (van Lier et al. 2010):
Onderzoek Start leeftijd Interval
Anamnese: lichamelijk onderzoek (incl. palpatietesten) en Hb-controle 10 jaar 1 jaar
Video capsule endoscopie (VCE) en/of MRI-enteroclyse 10 jaar  2-3 jaar
Gastroduodenoscopie 20 jaar 2-5 jaar
Colonoscopie 25-30 jaar 2-5 jaar
MRI-onderzoek en endo-echografie van de pancreas 30 jaar 1 jaar
MRI-mammae 25 jaar 1 jaar
Mammografie en MRI-onderzoek 30 jaar 1 jaar
Cervixcytologie, transvaginale echografie, CA-125 25-30 jaar 1 jaar


Referenties
1. Lodish MB, Stratakis CA. The differential diagnosis of familial lentiginosis syndromes. Fam Cancer 2011;10:481-490.
2. Hemminki A, Markie D, Tomlinson I, et al. A serine/threonine kinase gene defective in Peutz-Jeghers syndrome. Nature 1998;391:184-187.
3. Lier MGF van, Wagner A, Mathus-Vliegen EMH, et al. High cancer risk in Peutz-Jeghers syndrome: a systematic review and surveillance recommendations. Am J Gastroenterol 2010;105:1258-1264.
4. Lier MGF van, Mathus-Vliegen EMH, Wagner A, et al. High cumulative risk of intussusception in patients with Peutz-Jeghers syndrome: time to update surveillance guidelines? Am J Gastroenterol 2011;106:940-945.
5. Klümpen HJ, Queiroz KC, Spek CA, et al. mTOR inhibitor treatment of pancreatic cancer in a patient with Peutz-Jeghers syndrome. J Clin Oncol 2011;29(6):e150-e153.
6. Ge Y, Jia G, Lin T. Q-switched Nd:YAG laser treatment for labial lentigines associated with Peutz-Jeghers syndrome. J Dtsch Dermatol Ges. 2015;13(6):551-555.
7. Li Y, Tong X, Yang J, Yang L, Tao J, Tu Y. Q-switched alexandrite laser treatment of facial and labial lentigines associated with Peutz-Jeghers syndrome. Photodermatol Photoimmunol Photomed 2012;28(4):196-199.
8. Kato S, Takeyama J, Tanita Y, Ebina K. Ruby laser therapy for labial lentigines in Peutz-Jeghers syndrome. Eur J Pediatr 1998;157(8):622-624.
9. Korsse SE, Leerdam ME van, Dekker E. Het syndroom van Peutz-Jeghers. Ned Tijdschr Tandheelkd 2013;120:12-16.


Auteur(s):
dr. Jan R. Mekkes. Dermatoloog, AMC, Amsterdam.

20-04-2017 (JRM) - www.huidziekten.nl W3C-html-4.01-valid



web counter