PROTEUS SYNDROOM home ICD10: Q89.7

Het Proteus syndroom is een zeer zeldzame, variabele aandoening gekenmerkt door asymmetrische, overmatige, progressieve groei of misvormingen van verschillende typen weefsels, vooral de huid en de botten. Er zijn in West-Europa en de VS enkele honderden gevallen beschreven. Het Proteus syndroom werd in 1983 vernoemd naar de Griekse God 'Proteus' die allerlei gedaantes kon aannemen. Van John Merrick, bekend onder de naam 'the elephant man' denkt men nu dat hij aan het Proteus-syndroom leed en niet aan neurofibromatose, zoals men oorspronkelijk aannam.

Proteus syndroom Proteus syndroom
typische gelaatsvorm overmatige groei vinger

Proteus syndroom Proteus syndroom
cerebriforme
bindweefselnaevus
John Merrick


Pathogenese:
Het Proteus syndroom wordt veroorzaak door activatie van een mutatie in het AKT1 gen, op basis van mozaïcisme. AKT1 is een serine-threonine eiwit kinase dat groei en overleving van cellen in verschillende weefsels bevordert.

Klinisch beeld:
Bij de geboorte zijn vaak nog geen afwijkingen te zien, deze ontstaan in de daaropvolgende jaren, met een progressief beloop. In 1998 werden diagnostische criteria samengesteld.


Diagnostische criteria voor het Proteus syndroom:

Verplichte algemene criteria
- Distributie patroon op basis van mozaïcisme
- Sporadisch voorkomen
- Progressief beloop

Specifieke criteria (A, of 2 uit groep B, of 3 uit groep C)

A.
Cerebriforme bindweefsel naevus

B.
1. Epidermale naevus
2. Asymmetrische, disproportionele overmatige groei (1 of meer)
    - Ledematen
    - Schedel (hyperostoses)
    - Meatus acusticus externus (hyperostosis)
    - Ruggenwervels (megalospondylodysplasia)
    - Inwendige organen (milt of thymus )
3. Specifieke tumoren voor 10de levensjaar (1 van beide)
    - Ovarium cystadenoom
    - Monomorf adenoom van de parotis

C.
1. Dysregulatie vetweefsel (1 van beide)
    - Lipomen
    - Lipohypoplasie
2. Vasculaire malformaties (1 of meer)
    - Capillair, veneus, en/of lymfatische malformatie.
3. Longcysten
4. Faciaal fenotype (vaak in combinatie met mentale retardatie en epilepsie)
    - Dolichocefalie (lange, smalle schedel)
    - Lang gelaat
    - Lichte neerwaartse stand fissura palpebralis (oogspleet) en/of lichte ptosis
    - Lage neusbrug
    -  Wijde neusgaten
    - Open mond in rust


DD:
Klippel-Trenaunay syndroom, neurofibromatose type 1, SOLAMEN syndroom, CLOVES syndroom, hemihyperplasia-lipomatosis syndroom.

Beloop en Management:
Ongeveer 20% van de patiënten met Proteus syndroom overlijdt voortijdig. De meest voorkomende oorzaak is een diep veneuze trombose of longembolie. Predisponerende factoren hiervoor zijn: grote vasculaire malformaties en immobilisatie door overmatige botgroei in de gewrichten. Als deze patiënten een chirurgische ingreep moeten ondergaan is het daarom aan te raden antistolling te geven.
De behandeling van deze patiënten is symptomatisch en orgaan specifiek. De progressieve afwijkingen kunnen worden gemonitord door klinische foto's, röntgen foto's en MRI scans. Een multidisciplinaire aanpak, met minimaal een dermatoloog, een orthopeed en een kinderarts, is gewenst. Ook moet er aandacht zijn voor de psychosociale impact die de aandoening op zowel het kind als de ouders heeft.


Referenties
1. Turner JT, Cohen MM Jr, Biesecker LG. A reassessment of the Proteus syndrome literature: application of diagnostic criteria on published cases. Am J Med Genet 2004;130A:111-122.
2. Cohen M. Michael Jr. Proteus syndrome review: molecular, clinical, and pathologic features. Clin Genet 2014;85:111-119.
3. Nguyen D, Turner JT, Olsen C, Biesecker LG, Darling TN. Cutaneous manifestations of proteus syndrome: correlations with general clinical severity. Arch Dermatol 2004;140:947-953.
4. Bolognia JL, Jorizzo JL,Schaffer JV. Dermatology. 3rd Edition, 2012. Volume 1: pp 958-959.


Auteur(s):
Dominique van Rappard. Arts-assistente Dermatologie AMC, Amsterdam.

18-04-2014 (DVR) - www.huidziekten.nl W3C-html-4.01-valid



web counter