PRURIGO home ICD10: L28.2

Onder prurigo wordt doorgaans verstaan een huidafwijking gekenmerkt door de aanwezigheid van (sterk) jeukende papels, papulovesikels, urticariële papels, of persisterende noduli en nodi. Daarnaast zijn in wisselende mate krabeffecten aanwezig: excoriaties, erosies, ulceraties, crustae, littekens, en lichenificatie. Secundaire infectie kan optreden. Er zijn verschillende indelingen in gebruik, zoals prurigo parasitaria en non-parasitaria; prurigo acuta, subacuta en chronica; en prurigo infantum, prurigo adultorum en prurigo senilis. Deze indelingen bevorderen het overzicht echter niet.

Prurigo infantum oftewel strophulus is een acute uitbarsting van sterk jeukende seropapeltjes, vaak omgeven door een erythemateuze hof, op romp en extremiteiten. In het centrum kan zich ook een vesikel of bulla vormen (strophulus bullosa). Het erytheem verdwijnt binnen enkele uren, maar er persisteert een jeukende, geïndureerde en vaak geëxcorieerde papel. Het wordt vooral gezien bij kinderen tussen 2 en 8 jaar, en vooral in de zomer en herfst. Het kan bij één aanval blijven, maar ook recidiverend of chronisch verlopen. Hoewel absolute zekerheid ontbreekt, is de meest waarschijnlijke oorzaak een overgevoeligheidsreactie op insektenbeten (mijten, vlooien, steekvliegjes, muggen). Daarnaast wordt door sommigen gedacht aan voedingsallergieën. Het is bekend dat bij voedingsallergie een acute papuleuze of papulovesiculeuze eruptie kan ontstaan. Deze reactie is echter vluchtig van aard, strophulus niet.

Bij prurigo subacuta (prurigo simplex, itchy red bump disease) ontstaan hevig jeukende 1-5 mm grote papels met centraal induratie of vesikelvorming, vooral op de strekzijde van de bovenarmen, de bovenbenen, de rug, en de borst. De lesies worden snel opengekrabd en laten atrofische gehyperpigmenteerde littekens achter. Prurigo chronica wordt gekenmerkt door persisterende hevig jeukende papels en noduli, vaak geëxcorieerd, soms met hyperkeratose en lichenificatie.

Als oorzaken van subacute en chronische prurigo worden vrijwel dezelfde afwijkingen genoemd als bij pruritus sine materia. Het is daarom waarschijnlijk dat bij sommige vormen van pruritis op den duur (door krabben of spontaan) prurigopapels of noduli ontstaan. Bij prurigo nodularis van Hyde ontstaan multipele solide noduli van 0.5 tot 3 cm grootte, meestal op de strekzijden van de extremiteiten, die extreem jeuken en zeer therapieresistent zijn. De etiologie is duister. Vele therapievormen worden met wisselend succes geprobeerd, waaronder sterke steroïden (eventueel in combinatie met teer), zonodig onder occlusie of intralesionaal, verder cryotherapie, coagulatie of excisie van grote noduli, zachte röntgenstralen, PUVA-therapie, afdekken met zinklijmverband, antihistaminica, pimozide, en thalidomide. De term Prurigo parasitaria wordt gebruikt voor prurigo papels en noduli t.g.v. epizoönosen. Prurigo Besnier is een vorm van constitutioneel eczeem waarbij (tijdelijk) jeukende noduli en papels het beeld domineren. Prurigo circumscripta (lichen simplex chronicus) wordt gekenmerkt door hevige jeuk in een omschreven gebied, met bepaalde voorkeurslokalisaties (nek, strekzijde onderarmen en scheenbenen, binnenkant dij, sacraal, perianaal, scrotum, vulva), waarbij ten gevolge van krabben een sterk gelichenificeerde lesie ontstaat. Lichen simplex chronicus wordt doorgaans met sterke steroïden behandeld, zonodig onder occlusie.

Zie verder onder:
- prurigo infantum / strophulus
- prurigo acuta
- prurigo subacuta
- prurigo nodularis
- prurigo parasitaria
- prurigo Besnier
- lichen simplex chronicus (prurigo circumscripta)
- picker's nodule
- prurigo solaris
- prurigo pigmentosa
- pruritus
- anti-pruriginosa


patientenfolder


Auteur(s):
dr. Jan R. Mekkes. Dermatoloog, Amsterdam UMC.

16-05-2022 (JRM) - www.huidziekten.nl W3C-html-4.01-valid



Diagnosecodes:
ICD10 L28.2 Overige vormen van prurigo
ICD10 L28.2 Other prurigo
SNOMED 64144002 Pruritic rash
DBC 19 spacer Pruritus/Prurigo

ICD10 L28.2 Overige vormen van prurigo: strophulus pruriginosum
ICD10 L28.2 Other prurigo: strophulus pruriginosum
SNOMED 55608001 Prurigo simplex
DBC 19 spacer Pruritus/Prurigo

ICD10 L28.2 Overige vormen van prurigo: prurigo subacuta
ICD10 L28.2 Other prurigo: subacute prurigo
SNOMED 238586002 Subacute prurigo
DBC 19 spacer Pruritus/Prurigo

ICD10 L28.1 Prurigo nodularis
ICD10 L28.1 Prurigo nodularis
SNOMED 63501000 Prurigo nodularis
DBC 19 spacer Pruritus/Prurigo

ICD10 L28.1 Prurigo nodularis: pickers nodule
ICD10 L28.1 Prurigo nodularis: pickers nodule
SNOMED 63501000 Prurigo nodularis [specific SNOMED term missing]
DBC 19 spacer Pruritus/Prurigo

ICD10 L28.2 Overige vormen van prurigo: prurigo parasitaria
ICD10 L28.2 Other prurigo: prurigo parasitaria
SNOMED 442027008 Inflammation of skin due to parasite [specific SNOMED term missing]
DBC 19 spacer Pruritus/Prurigo

ICD10 L20.0 Prurigo van Besnier
ICD10 L20.0 Besnier's prurigo
SNOMED 200773006 Besnier's prurigo
DBC 19 spacer Pruritus/Prurigo

ICD10 L28.0 Lichen simplex chronicus
ICD10 L28.0 Lichen simplex chronicus
SNOMED 53891004 Lichen simplex chronicus
DBC 19 spacer Pruritus/Prurigo

ICD10 L28.0 Lichen simplex chronicus scrotum
ICD10 L28.0 Lichen simplex chronicus of scrotum
SNOMED 402240006 Lichen simplex chronicus of scrotum
DBC 19 spacer Pruritus/Prurigo

ICD10 L28.0 Lichen simplex chronicus vulva
ICD10 L28.0 Lichen simplex chronicus of vulva
SNOMED 402243008 Lichen simplex chronicus of vulva
DBC 19 spacer Pruritus/Prurigo

ICD10 L28.0 Lichen simplex chronicus perianale huid
ICD10 L28.0 Lichen simplex of perianal skin
SNOMED 402241005 Lichen simplex of perianal skin
DBC 19 spacer Pruritus/Prurigo

ICD10 L56.4 Polymorfe eruptie door licht: prurigo solare
ICD10 L56.4 Polymorphous light eruption: solar pruritus
SNOMED 402177006 Solar pruritus
DBC 19 spacer Pruritus/Prurigo

ICD10 L28.2 Overige vormen van prurigo: prurigo pigmentosa
ICD10 L28.2 Other prurigo: prurigo pigmentosa
SNOMED 238589009 Prurigo pigmentosa
DBC 19 spacer Pruritus/Prurigo