PRURIGO SOLARE / PRURIGO SOLARIS / ACTINIC PRURIGO home ICD10: L56.4

Prurigo solaris (prurigo actinica, photodermatosis pruriginosa, actinische prurigo, solar prurigo, actinic prurigo, Hutchinson prurigo) is een fotodermatose gekenmerkt door hevige jeuk en het ontstaan van prurigo papels. Het wordt door velen beschouwd als een variant van chronisch polymorfe lichteruptie waarbij a.g.v. langdurig krabben prurigo lesies ontstaan. Zou vaker bij kinderen (meisjes), en bij atopie voorkomen, soms familiair. Prurigo solaris kan bij elk soort huidtype voorkomen, maar het wordt toch vooral beschreven bij getinte huid (type IV en V), en specifiek bij de Latijns-Amerikaanse en Indiaanse bevolking uit Mexico, Centraal- en Zuid-Amerika. Het is voor het eerst beschreven in 1954 door Escalona, in Mexico. In Europa en Azia komt het nauwelijks voor. Het wordt veroorzaakt door UVA en/of UVB. Het exacte mechanisme is onbekend. Men vermoed dat er een epidermaal eiwit wordt omgezet in een antigeen onder invloed van zonlicht. Er ontstaat een CD4+ T-cel infiltraat dat aangrijpt op de epidermis (type IV reactie). Mogelijk is er een familiale / genetische predispositie.

Prurigo actinica Prurigo actinica
prurigo actinica (solaris) prurigo actinica (solaris)


Klinisch beeld:
Multipele hevig jeukende papels, nodi en plaques op zon-geexposeerde gebieden (gelaat, neusrug, oorranden, lippen, hals en nek, onderarmen, handen). De plekken verschijnen pas uren na blootstelling aan de zon. Meestal erger in de zomermaanden. Kan ook in de wintermaanden voorkomen en zeer zelden ook in gebieden die niet zijn blootgesteld aan de zon. Veel krabeffecten, ulceraties, crustae, schilfering. Soms verdwenen wenkbrauwen door het krabben. Bij veel patienten zijn ook de lippen (cheilitis, bij 65%) of de ogen (conjunctivitis, bij 45%) aangedaan. De belangrijkste DD is polymorfe lichteruptie. Het beeld kan lijken op atopisch eczeem (verschil is fotodistributie).

DD: polymorfe lichteruptie, fototoxische geneesmiddelenreactie, fotosensitief eczeem, contacteczeem, atopisch eczeem, prurigo nodularis, hydroa vacciniforme, erytropoietische protoporfyrie, subacute en acute LE, lymphocytic infiltration of the skin (Jessner), urticaria solaris, gewone zonnebrand.

Therapie:
R/ Thalidomide 1 dd 100 mg (100-300 mg).
R/ Lokale corticosteroiden.
R/ Ciclosporine 2% oogdruppels.
R/ Prednisolon 1 dd 20-40 mg.
R/ Neoral (ciclosporine) 3-5 mg/kg.
R/ Plaquenil (hydroxychloroquine) 1 dd 400 mg.
R/ pentoxifylline 2-3 dd 400 mg.
R/ Lichtgewenning.
R/ Sunscreens.


Auteur(s):
dr. Jan R. Mekkes. Dermatoloog, AMC, Amsterdam.

17-05-2014 (JRM) - www.huidziekten.nl W3C-html-4.01-valid



web counter