PRURITUS ANI EN PERIANAAL ECZEEM
Soms zijn er geen zichtbare afwijkingen en mag de diagnose eczeem formeel niet gesteld worden, terwijl het toch duidelijk om b.v. een contacteczeem kan gaan. Therapie bestaat uit onderzoek (zonodig afspraak proctologisch onderzoek) naar en behandeling van oorzakelijke factoren (zie ook richtlijn pruritus ani). Jeuk rond of in de anus kan verschillende oorzaken hebben zoals:
* eczeem (endogeen: atopisch, seborroisch) en exogeen: orthoergisch t.g.v. irritatie door faecaliën en enzymen daarin (soiling), contactallergisch, of intertrigineus (bacteriën, schimmels, viraal, parasieten)
* gist- en schimmelinfecties: Candida (cave diabetes mellitus)
* fluor vaginalis
* parasitaire infecties: oxyuriasis, Giardia
* viraal: postherpetisch, HPV
* psychogeen (par exclusionem diagnose).
* Pseudo-eczeem: op eczeem lijkende laesies die berusten op psoriasis inversa, lichen planus, LSEA, m. Bowen of m. Paget.
* Proctologische oorzaak; haemorroïden (obstipatie), fissura ani, prolaps, proctitis, peri-anale trombose, fistula ani, cryptitis, m. Crohn, colitis ulcerosa.
Therapie bij ortho-ergische oorzaak: defaecatiepatroon (vaak te frequent) terugbrengen tot 1 x daags.
Voorzichtig gebruik van zacht ongekleurd toiletpapier of liever goed spoelen (douche) met water na
iedere stoelgang. Terughoudendheid met zeepgebruik. Lokale therapie:
R/ zinksulfaat vaseline crème FNA (cremor zinci sulfati vaselini FNA).
R/ sulphur praecip. 5% of HCA 1%, of TAC 0.1% in zinksulfaat vaseline crème FNA.
R/ zinkoxidesmeersel FNA, eventueel met 5% sulph praecip, HCA, of TAC.
R/ Daktacort, bij verdenking op schimmelinfectie.
R/ HCA 1% crème of zalf FNA, desnoods Topicorte emulsie met 5 à 10% sulph praecip., of locacorten schuim. Met het gebruik van lokale corticosteroïden in geval van eczeem zij men terughoudend:
R/ unguentum Lidocaïni 5% FNA. N.B. Lokale preparaten waarin andere anaesthetica of anti-histaminica zijn verwerkt dienen vanwege het sensibiliserend vermogen zoveel mogelijk te worden vermeden.
R/ lidocaïne 2%, TAC 0.03%, chloorhexidine 0.5%, cremor cetomacrogolis 50, propyleenglycol 10, aqua ad 100.
R/ lidocaïne 2-5% in zinkoxidesmeersel FNA.
31-12-2003 (JRM) - www.huidziekten.nl