|
PACHYDERMOPERIOSTOSIS |
codes 0757.3984 / M89.4 |
|
Pachydermoperiostosis (PDP) (synoniem: primary hypertrophic osteoathropathy (PHO), idiopathic hypertrophic osteoarthropathy, Touraine-Solente-Gole syndroom) is een zeldzame (circa 200 gevallen beschreven) genetische afwijking waarbij de huid en de botten zijn betrokken. De belangrijkste symptomen zijn 1) pachydermie (verdikking van de huid, 2) periostosis (extra botvorming) en 3) clubbed fingers. Het komt vaker bij mannen voor. Meestal zijn de afwijkingen voor het 18e jaar zichtbaar. Bij circa een derde zit het ook in de familie.
De oorzaak is niet precies duidelijk, een hypothese is dat PDP patiënten een verhoogde concentratie prostaglandine E2 hebben door een mutatie in het enzym HPGD (15-hydroxyprostaglandin dehydrogenase) dat betrokken is bij de afbraak van prostaglandine E2. Prostaglandine E2 beinvloed de activiteit van osteoclasten en osteoblasten en veroorzaakt vasodilatatie (clubbed fingers). Andere mediatoren die mogelijk een rol spelen zijn Von Willebrand factor, VEGF (vascular endothelial growth factor), osteocalcin, endothelin-1, b-thromboglobuline, platelet-derived growth factor (PDGF) and epidermal growth factor (EGF).
Indeling hypertrofische osteoarthropathie: - secondary hypertrophic osteoarthropathy (SHO) (95%) - pachydermoperiostosis (PDP) (95%) - complete form (40 %) pachydermia + periostosis + finger clubbing - incomplete form (54 %) vooral botafwijkingen
- forme fruste (6 %), vooral huidafwijkingen
Klinisch beeld: Huid: pachydermie (verdikte huid); vette huid, eczeem, schilfering, kloven, facies Leonina, cutis verticis gyrata, hyperhidrosis. Botten:
periostosis; acro-osteolysis, myelofibrosis, verdikte botten vingers en tenen,
clubbed fingers. Gewrichten: artralgie, gezwollen gewrichten. Spieren: myalgie. Haren: vermindering gelaat- en pubis-beharing. Gastrointestinaal: ulcus pepticum, gastritis, ziekte van Crohn.
Diagnostiek: De diagnose wordt gesteld op het klinisch beeld. Eventueel X-botten. Een biopt kan de diagnose bevestigen maar de afwijkingen zijn niet specifiek en kunnen ook passen bij myxoedeem. Bloedonderzoek: PGE2 in urine. Genetisch onderzoek naar HPGD mutatie.
Therapie: R/ NSAID's en of prednison bij pijn en inflammatie gewrichten. R/ Infliximab. R/ Bifosfonaten (pamidronate, risedronate). Bifosfonaten remmen osteoclasten. R/ Retinoiden (isotretinoďne). R/ Colchicine.
Referenties
10-08-2011 (JRM) - www.huidziekten.nl |
|
||||||||||||||||||||||||||
|
|
|
|
|||||||||||||||||||||||||
|
|
|
|
|||||||||||||||||||||||||
|
|
|||||||||||||||||||||||||||