|
PACHYONYCHIA CONGENITA (Jadassohn-Lewandowsky) |
codes 0757.5007 / Q84.5 |
|
Pachyonychia congenita is een zeldzame (circa 450 gevallen beschreven) genodermatose met als belangrijkste kenmerk nageldystrofie en focale palmoplantaire keratoderma (keratoderma palmoplantaris). De oorzaak van pachyonychia congenita is een autosomaal dominante mutatie in de genen voor keratinen. Bij type 1 betreft het keratine 6A (KRT6A) en keratine 16 (KRT16), en bij type 2 keratine 6B en 17.
Er worden verschillende subtypen onderscheiden: 1. pachyonychia congenita type 1 (Jadassohn-Lewandowsky type, OMIM 167200) 2. pachyonychia congenita type 2 (Jackson-Lawler type, OMIM 167210) Bij type 2 horen neonatale dentitie (natal teeth), steatocystomen en pili torti. Sommige auteurs onderscheiden nog varianten aangeduid met type 3 en 4 en een variant die pas op latere leeftijd manifest wordt (pachyonychia congenita tarda). De aandoening komt bij mannen en vrouwen even vaak voor. De afwijkingen kunnen hinder veroorzaken en cosmetisch storend zijn, de levensverwachting is normaal.
Pachyonychia congenita type 1 (Jadassohn-Lewandowski syndrome) De focale palmoplantaire keratoderma begint op de latere kinderleeftijd samenhangend met lopen, is symmetrisch, zit vooral op de drukplaatsen, en is pijnlijk. De pijnlijke voetzolen zijn de meest storende en hinderlijke klacht bij pachyonychia congenita. Vaak zijn er ook witte plaques in de mondholte (leukokeratose, leukoplakie), vooral op de tong en het wangslijmvlies, en er kunnen afwijkingen in de larynx zijn met als klacht heesheid. Soms ontstaan epidermale inclusiecysten, vooral in de liezen en oksels. Aan de extremitetien, vooral op knieen en ellebogen kan folliculaire hyperkeratose (keratosis pilaris) aanwezig zijn.
Pachyonychia congenita type 2 (Jackson-Lawler syndrome)
DD: Nagelafwijkingen: mycose, 20-nail dystrofie, overige nagelafwijkingen. Palmoplantaire keratoderma: meerdere syndromen, zie DD keratoderma palmoplantaris. Orale afwijkingen: candida, leukoplakie, white sponge nevus (naevus spongiosus albus mucosae).
Therapie: Symptoombestrijding. Speciale schoenen, inlegzolen, orthopedische schoenen, zonodig rolstoel. Te zware belasting en trauma voorkomen. Pijnstilling. Nagels regelmatig vijlen, zelf of door de pedicure. Eventueel verweken met ureum of salicylzuurzalven. Hyperhidrosis behandelen met aluminiumzouten of botox. Retinoïden kunnen een positief effect hebben op de hyperkeratose. Cysten kunnen chirurgisch verwijderd worden.
Referenties
10-08-2011 (JRM) - www.huidziekten.nl |
|
||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
|
|
|||||||||||||||||||||||||||||
|
|
|
|
|||||||||||||||||||||||||||||
|
|
|||||||||||||||||||||||||||||||