PERIANAAL ULCUS home ICD10: K62.6

Perianale ulcera worden binnen de dermatologie gezien op de algemene poli maar vooral ook op de SOA-poli en het proctologie spreekuur. Ze kunnen worden onder verdeeld in acuut en chronisch (arbitrair: langer dan een maand bestaand). De acute ulcera hebben vaak een infectieuze oorzaak, waaronder veel sexueel overdraagbare aandoeningen. De chronische ulcera kunnen ook door infecties worden veroorzaakt, maar ook door proctologische aandoeningen zoals de chronische anale fissuur, en door onderliggende andere aandoeningen zoals inflammatoire darmziekten. Er bestaat ook een diagnose chronisch idiopathisch anaal of perianaal ulcus (chronic solitary anal ulcer) waarbij niet duidelijk is wat de oorzaak is. Zie verder de tabel.

Fissura ani
ulcus bij fissura ani


DD perianale ulcera (acuut): DD perianale ulcera (chronisch):
lues
gonorroe
herpes
chlamydia
lymfogranuloma venereum
ulcus molle (Haemophilus ducreyi)
condyloma lata
mycose
streptokokken
andere bacteriën
Entamoeba histolytica
traumatisch
infectieus nno (kissing ulcera)
m. Behçet
m. Crohn
colitis ulcerosa
fissura ani
perianale fistel
chronische proctitis
obstipatie
traumatisch
toiletpapier, verkeerde reinigingsmethoden
intertrigo
maceratio cutis
decubitus
m. Crohn
colitis ulcerosa
m. Behçet
SLE
pyoderma gangrenosum
lichen planus
lichen sclerosus
psoriasis inversa
recidiverende herpes infectie
mycose
lymfogranuloma venereum
Entamoeba histolytica
perianale actinomycose
tuberculose
atypische mycobacteriën
lichenoïde toxicodermie
fixed drug eruption
methotrexaat
plaveiselcelcarcinoom
basaalcelcarcinoom
andere tumoren
radiotherapie necrose
(brachytherapie prostaatcarcinoom)
statin associated skin ulcer
chronic solitary anal ulcer (idiopathisch)
m. Jacquet
m. Paget
acrodermatitis enteropathica


Diagnostiek:
Niet alles doen maar gericht verdachte factoren nalopen op grond van klinisch beeld en anamnese. Kweken op SOA, mycosen en banale bacteriën. Het is belangrijk om herpes uit te sluiten, want het perianale gebied is een dermatoom waar herpes simplex type II of I chronisch in kan recidiveren (dermatoom S5). SOA screening inclusief HIV. Biopten om maligniteiten uit te sluiten, en bij verdenking op lichen planus en andere dermatosen die kunnen ulcereren. Medicatie uitvragen en opzoeken of ulcera er bij beschreven zijn.

Therapie:
Afhankelijk van of er een oorzaak kan worden gevonden, gericht op oorzaken.
Goed schoon houden, indifferente beschermende crème of zalf.


Auteur(s):
dr. Jan R. Mekkes. Dermatoloog, AMC, Amsterdam.

05-01-2015 (JRM) - www.huidziekten.nl W3C-html-4.01-valid



web counter