PSEUDOPELADE VAN BROCQ home ICD10: L66.9

De pseudopelade van Brocq is een eindstadium van alopecia cicatricialis waarbij niet meer is vast te stellen wat de oorzaak is geweest. Het klinisch beeld bestaat uit kale plekken waarbij de haarfollikels zijn verdwenen. Waarschijnlijk worden de meeste gevallen van pseudopelade van Brocq veroorzaakt door een doorgemaakte lichen planopilaris.

Pseudopelade van Brocq
pseudopelade van Brocq


Histologie:
Fibreuze strengen (tracts) daar waar eerst follikels hebben gezeten, en is er geen ontstekingsinfiltraat meer.

DD: alopecia areata, CDLE, morfea, tinea capitis, lues, lichen planopilaris of een van de andere vormen van cicatriciële alopecia. Zie verder onder cicatriciële alopecia en onder lichen planopilaris.

Therapie:
Behandeling is alleen zinvol als er nog ziekte-activiteit is, als er nog steeds haren uitvallen (positieve trektest). In het uitgebluste eindstadium helpt geen enkele therapie. De eventuele therapeutische opties zijn dezelfde die ook onder lichen planopilaris genoemd worden:
R/ Lokale corticosteroïden (Topicorte lotion)
R/ Intra-laesionale steroïden (Kenacort A10 injecties in het kale gebied).
R/ Plaquenil (hydroxychloroquine) 2 dd 200 mg.
R/ Minocycline.
R/ Doxycycline.
R/ Ciclosporine.
R/ Finasteride 1-2.5 mg per dag, soms 5 mg per dag.
R/ Dutasteride 0.5 mg per week.
R/ Minoxidil lotion.
R/ Neotigason (isotretinoïne).


Referenties
1. Racz E, Gho C, Moorman PW et al. Treatment of frontal fibrosing alopecia en lichen planopilaris. A systematic review. JEADV 2013;27(12):1461-1470.


Auteur(s):
dr. Jan R. Mekkes. Dermatoloog, AMC, Amsterdam.

05-08-2014 (JRM) - www.huidziekten.nl W3C-html-4.01-valid



web counter