STEATOCYSTOMA MULTIPLEX (CONGLOBATUM) (sebocystomatosis)

 

Naevoïde cysteuze tumor, genetisch bepaalde cysteuze dilatatie van de talgklierfollikels. Tussen 10 en 30 jaar ontstaan geleidelijk steeds meer (soms honderden) blauwig doorschemerende diepgelegen 0.2-2 cm grote cysten, die geen verbinding naar buiten hebben. Vooral op de borst, rug, in de oksels, soms voorhoofd.

DD: comedonen, acne conglobata, eccriene zweetkliertumor, eruptieve vellushaarcysten. 

 

Therapie: geen, zonodig voor grotere hinderlijke lesies excisie; incisie met 2 mm lengte (mesje 11), extractie kapsel, sluiten met steristrip; stansen; coagulatie, of openen met 2 mm biopteur, klein bolletje invoeren, en koken.

 

 

 

 

31-12-2003 (JRM) -  www.huidziekten.nl