|
TOXISCHE EPIDERMALE NECROLYSIS (TEN) (ziekte van Lyell, epidermolysis acuta toxica) |
codes 0695.1007 / L51.2 |
Toxische
epidermale necrolyse (TEN) is een onvoorspelbare, levensbedreigende, zeldzame, bijna
altijd medicament geïnduceerde ziekte (80% van de gevallen.) Andere zeldzame
oorzaken zijn infecties en vaccinaties. Massale keratinocyten
apoptose is een hoofdeigenschap van zowel Stevens-Johnson syndroom (SJS) als
TEN, resulterend in splijting en loslating van grote delen van de huid ter
hoogte van de dermaal-epidermale verbinding. Dit geeft een op brandwonden
gelijkend klinisch beeld. SJS
en TEN worden steeds meer beschouwd als twee uitersten van een spectrum (tabel
1).
Tabel 1: Onderscheid tussen SJS, SJS / TEN en TEN
|
Klinische entiteit: |
SJS |
SJS / TEN |
TEN |
|
Primaire laesies |
Paars-rode
laesies Vlakke
atypische schietschijf laesies |
Paars-rode
laesies Vlakke atypische schietschijf laesies |
Slecht
afgrensbare erythemateuze plaques Epidermale loslating, spontaan of door wrijving |
|
Distributie |
Geïsoleerde laesies, confluerend (+) op gelaat en romp |
Geïsoleerde laesies, confluerend (++) op gelaat en romp |
Geïsoleerde laesies, confluerend (+++) op gelaat, romp en elders |
|
Slijmvliezen |
Aangedaan |
Aangedaan |
Aangedaan |
|
Systemische symptomen |
Gewoonlijk |
Altijd |
Altijd |
|
Aangedaan lichaams-oppervlak (BSA) |
< 10 % |
10 – 30 % |
> 30 % |
Een
patiënt met TEN is zeer ziek. De aandoening kan gepaard gaan met grote metabole
afwijkingen, sepsis, multi-orgaan falen, longembolie en gastro-intestinale
bloedingen. De
mortaliteit van TEN is ongeveer 25-35 %.
De
SCORTEN, afgenomen in de eerste 24 uur en op dag
3 is een betrouwbaar prognose voorspellend scoringssysteem. De score is de som van de volgende
zeven parameters: (1) Leeftijd > 40 jaar, (2) HF > 120 / min, (3) aanwezigheid
van (hematologische) maligniteit, (4) aangedaan BSA op dag 1 > 10%, (5)
ureum > 10 mmol / L, bicarbonaat < 20 mmol / L, serum glucose > 14 mmol /
L. Iedere variabele is een punt, de mortaliteit neemt bij ieder bijkomend punt
snel toe.
|
Risk factor (SCORTEN scale) |
0 |
1 |
|
No of risk factors |
Mortality rate |
|
Age |
< 40 years |
> 40 years |
0-1 |
3.2% |
|
|
Associated malignancy |
no |
yes |
2 |
12.1% |
|
|
Heart rate (beats/min) |
<120 |
>120 |
3 |
35.3% |
|
|
Serum BUN (mmol/L) |
<10 |
>10 |
4 |
58.3% |
|
|
Detached or compromised body surface |
<10% |
>10% |
5 or more |
>90% |
|
|
Serum bicarbonate (mEq/L) |
>20 |
<20 |
|
|
|
|
Serum glucose (mmol/L) |
<14 |
>14 |
|
|
Klinisch
beloop:
Het
typische interval tussen de start van het verantwoordelijke medicijn en
ontwikkeling van SJS / TEN
|
TEN |
TEN |
TEN |
TEN |
|
Stevens-Johnson syndroom |
Stevens-Johnson syndroom |
Inflammatie van de interne mucosae, zoals de gastro-intestinale en respiratoire tractus, komt vaak voor bij TEN. Dit zou gevolg kunnen zijn van massaal vrijkomen van pro-inflammatoire cytokines in de circulatie. Betrokkenheid van de respiratoire mucosa is verraderlijk, ernstige pulmonale ziekte kan zich voordoen met tegelijkertijd een thoraxfoto zonder afwijkingen. Dyspnoe, tachypnoe en hypoxemie zijn dan de enige betrouwbare parameters. Bij afwezigheid van infectie en actieve ziekte, geneest de huid in enkele dagen. Genezing van drukpunten en intertrigineuze gebieden kan tot twee weken duren. De aangedane slijmvliezen doen er met name lang over om te genezen, laesies op de glans penis bijvoorbeeld kunnen tot twee maanden persisteren. Eventuele gevolgen voor de rest van de huid zijn: vaginale, urethrale en anale stricturen / nagelverlies / verlittekening en pigmentafwijkingen (met name hypopigmentaties).
In
alle gevallen van SJS en TEN is een consult oogarts in een vroege fase nodig!
Blindheid kan een gevolg zijn van TEN, echter fotofobie droge ogen en vreemd
lichaam sensatie zijn meest voorkomend.
Tabel
2
|
Bulleuze ziekte |
Koorts |
Mucositis |
Morfologie |
IF |
Aanvang |
Andere
feiten |
|
Drug-induced pemphigoid |
Nee |
Zelden |
Gespannen bullae (soms haemorragisch) |
+ |
Acuut |
Vaak diuretica oorzaak, m.n. spironolacton |
|
Staphylococcal scalded
skin syndrome (SSSS) |
Ja |
Afwezig |
Erytheem,
huid gevoelig, peri-oraal crustae |
- |
Acuut |
m.n.
kinderen < 5 jr + geimmunocompromiteerden |
|
Drug-induced pemphigus |
Nee |
Gewoonlijk afwezig |
Erosies,
crustae Vlekkig
erytheem |
+ / - |
Geleidelijk |
Vaak
penicillamine en andere thiol |
|
Drug-triggered Pemphigus |
Nee |
Aanwezig |
Mucosale
erosies, slappe bullae |
+ |
Geleidelijk |
Door
non-thiol verbindingen, blijft lang bestaan, ook na stop oorzaak |
|
Paraneoplastische pemphigus |
Nee |
Aanwezig (meestal
ernstig) |
Polymorfe huidlaesies, slappe bullae |
+ |
Geleidelijk |
Therapieresistent Geassocieerd
met maligniteit, m.n. lymfomen |
|
Acute
Graft-versus- Host disease (GVHD) |
Ja |
Aanwezig |
Morbilliform
exantheem, bullae en erosies |
- |
Acuut |
Lijkt
erg op TEN |
|
Acute
gegeneraliseerde Exanthemateuze Pustulosis (AGEP) |
Ja |
Zelden |
Oppervlakkige
pustulae |
- |
Acuut |
Bij
stop medicijn self-limiting |
|
Drug-induced
Bulleuze
lineaire IgA dermatose |
Nee |
Zelden |
Gespannen
sub epidermale
bullae |
+ |
Acuut |
Cave
vancomycine! Vaak jeuk |
Pathogenese:
niet volledig opgehelderd. Toenemend bewijs dat SJS / TEN samenhangt met een
verminderd vermogen tot detoxificatie van medicijn metabolieten.
Deze metabolieten zouden een reactie bewerkstelligen, met als resultaat een
antigeen waartegen het immuunsysteem heftig ageert. Genetische predispositie zou
hierbij ook een rol spelen.
Histologisch
onderzoek:
Vroege
laesies van SJS en TEN: apoptotische keratinocyten verspreid in de basale en
direct suprabasale lagen van de epidermis. In latere stadia: sub-epidermale
splijting overdekt met confluerend necrose van de gehele epidermis. Er is een
spaarzaam / mild perivasculair ontstekingsinfiltraat, met name bestaand uit
lymfocyten. Immunopathologie: variabele aantallen lymfocyten (CD 8+) en
macrofagen epidermaal, lymfocyten (CD 4+) in de papillaire dermis.
|
keratinocyt necrose |
necrotische epidermis |
Therapie:
B
R/ prednison hoog gedoseerd (1 dd 120 mg gedurende 3 dagen, daarna herevaluatie).
R/ IvIg
R/ thalidomide
R/ plasmaferese
R/ anti-TNF-alpha
R/ Cyclofosfamide
R/ Pentoxifilline
Lokale verzorging
R/ Niet adherente gazen op de open plekken zoals paraffine gazen, mepitel, of liggen op een metalline laken
R/ Betadine jodium zalfgazen en zalf
R/ Chloorhexidine mondspoeling
R/ Lidocaine mondspoeling
R/ Nystatine mondspoeling of Trisporal orale gel (bij Candida overgroei)
R/ Mucositis cocktail om mee te gorgelen (prednisolon, xylocaine, nystatine)
Referenties
|
1. |
Dermatology
Bolognia second edition, pp. 287-300 |
|
2. |
Pereira
et al. Toxic epidermal necrolysis. JAAD 2007; 56:181-
200. |
|
3. |
Chave
et al. Toxic epidermal necrolysis: current evidence, practical management and
future directions. British Journal of Dermatology 2005;153:241-253 |
|
4. |
Abood
et al. Treatment strategies in Toxic Epidermal Necrolysis Syndrome: Where are we
at? |
22-05-2009 (DVZ) - www.huidziekten.nl