TINEA BARBAE (DERMATOMYCOSIS BARBAE, SCHIMMELINFECTIE VAN DE BAARDSTREEK) home ICD10: B35.01

Tinea barbae (synoniemen: dermatomycosis barbae, sycosis trichophytica barbae) is een schimmelinfectie van de baardstreek. De belangrijkste verwekkers van tinea barbae zijn de Trichophyton soorten (vaak T. verrucosum, T. mentagrofytes, T. rubrum T. violaceum, T. megninni, M. canis). Tinea barbae komt niet vaak voor. Warme en vochtige omstandigheden verhogen de besmettingskans. Vroeger kon het ook worden overgebracht via niet goed gereinigde scheermessen bij de kapper (barber's itch genoemd). Tegenwoordig ziet men het vooral bij veehouders (zoöfiele dermatophyten zoals T. mentagrophytes, T. equinum, Microsporum canis, M. gallinae, M. gypseum, M. equinum, M. nanum, M. persicolor, en dermatophyten die bij mens en dier kunnen voorkomen zoals T. verrucosum en T. simii). Antropofiele dermatophyten zoals T. verrucosum en T. violaceum veroorzaken over het algemeen een meer oppervlakkige en mildere ontsteking dan de zoöphiele dermatophyten. Tinea barbae kan ook voorkomen in het kader van afweerstoornissen zoals HIV, severe combined immunodeficiency (SCID), beenmergdepressie, immunosuppressiva, etc. Vrouwen en kinderen hebben uiteraard geen tinea barbae maar kunnen wel een mycose in het gelaat oplopen (tinea faciei).

Klinisch beeld:
Ronde, rode, schilferende plekken met losse haarstompjes en pustels, soms confluerend tot abcederende infiltraten. Afgebroken haren en kale plekken (soms blijvend).

Dermatomycosis barbae, tinea barbae Dermatomycosis barbae, tinea barbae
dermatomycosis barbae dermatomycosis barbae

Dermatomycosis barbae, tinea barbae Dermatomycosis barbae, tinea barbae
dermatomycosis barbae dermatomycosis barbae


DD: folliculitis barbae (sycosis barbae), pseudofolliculitis barbae (pustels en follikelgebonden papels, ten gevolge van ingegroeide baardharen, vooral bij mensen met een sterk kroezend haartype), acne vulgaris, follliculitis nno, rosacea, candidiasis. Sycosis barbae is een oude naam voor een folliculitis van de baardstreek, overgebracht door vuil scheergerei, en met als belangrijkste oorzaak S. aureus.

Diagnostiek:
De diagnose kan worden gesteld op een KOH preparaat van uitgetrokken haren. Bij voorkeur ook haren en de inhoud van een pustel kweken op schimmels zodat kan worden vastgesteld welke het is (en de therapie daar op kan worden afgestemd). Ook een biopt kan de diagnose aantonen, hierbij zijn schimmeldraden en/of gistbolletjes te zien in de haarfollikel (PAS kleuring). Bij oppervlakkige mycosen met randschilfering kan ook een KOH-preparaat van huidschilfers worden gemaakt. Met Woods lamp onderzoek is soms een groengele kleur te zien passend bij ectotrix groeiende soorten zoals Trichophyton schoenleinii, Microsporon audouinii, Microsporum canis.

Histologie van dermatomycosis barbae, tinea barbae Histologie van dermatomycosis barbae, tinea barbae Histologie van dermatomycosis barbae, tinea barbae
mycose baardstreek (PA) mycose baardstreek (PA) mycose baardstreek (PA)

Histologie van dermatomycosis barbae, tinea barbae Histologie van dermatomycosis barbae, tinea barbae Histologie van dermatomycosis barbae, tinea barbae
mycose baardstreek (PA) PAS kleuring PAS kleuring


Therapie:
De therapie moet systemisch zijn en langdurig, net als bij tinea capitis.
R/ Trisporal (itraconazol) 1 dd 100-200 mg gedurende 4-8 weken. De hoge dosering (1 dd 200 mg) heeft de voorkeur. Een alternatief is 2 dd 200 mg gedurende 1 week, dan 3 weken pauze, dan nog een week 2 dd 200 mg (puls schema).
R/ Lamisil (terbinafine) 1 dd 250 mg gedurende 4-8 weken. Niet danwel beduidend minder effectief tegen M. canis en andere Microsporum soorten. Bij groene fluorescentie dus niet kiezen voor terbinafine. In dubbele dosering is de effectiviteit t.o.v. Microsporum iets beter, maar de andere alternatieven (itraconazol, fluconazol, grisefulvine) hebben dan toch de voorkeur.
R/ Diflucan (fluconazol) caps à 50, 150 of 200 mg; suspensie 10 of 40 mg/ml, 35 ml. Dosering: 1 dd 150 mg gedurende 4-8 weken.
R/ griseofulvine 500 mg dd (zonodig 1 g) in 1-4 doses, gedurende 6-8 weken, zonodig langer. Recente studies tonen aan dat voor de meeste Trichophyton soorten ook evengoed Lamisil, Trisporal of Diflucan kan worden gegeven, maar bij infectie met Microsporum is er twijfel over de effectiviteit van Lamisil (terbinafine). Bij groene fluorescentie door UV-licht dus altijd itraconazol, fluconazol of griseofulvine kiezen.

Als ondersteunende behandeling:
R/ Nizoral (ketoconazol) crème 2 dd.


Auteur(s):
dr. Jan R. Mekkes. Dermatoloog, AMC, Amsterdam.

29-06-2013 (JRM) - www.huidziekten.nl W3C-html-4.01-valid



web counter