URTICARIA: ALGEMENE PRINCIPES THERAPIE

codes 0708.9008 / L50.9

 

Bij chronische urticaria (langer dan 6 weken bestaand) kan met een gestructureerde aanpak (goede anamnese met behulp van een gestandaardiseerde vragenlijst, en gericht laboratoriumonderzoek) in circa 45% van de gevallen een onderliggende oorzaak worden gevonden, die soms kan worden weggenomen (geneesmiddelenreacties, ziekten) of vermeden (dermografisme, andere fysische prikkels, voedselallergie). In alle andere gevallen is men helaas aangewezen op symptomatische therapie met antihistaminica of (in ernstige gevallen) immunosuppresieve middelen. Circa 30-50% van de chronische urticaria patiënten geneest binnen 1 jaar vanzelf.

 

Aanvullende maatregelen

Staak of vervang alle mogelijk verdachte geneesmiddelen (ook orale anticonceptiva, vitaminepreparaten, homeopathische middelen). Zo weinig mogelijk antibiotica en pijnstillers gebruiken (alleen paracetamol). Ga na of er niet-specifieke verergerende factoren meespelen (warmte, warm douchen, acetylsalicylzuurgebruik, stress, psychische factoren, alcohol, roken) en probeer die te vermijden. Wijs patiënten met dermografisme er op dat krabben het alleen maar verergert en bestrijd zorgvuldig mogelijke oorzaken van jeuk (droge huid, eczeem) in deze categorie. Probeer als alle maatregelen falen eventueel een 'eliminatie dieet' uit onder begeleiding van een diëtiste.

 

Lokale middelen

R/ verzorgende / vochtinbrengende crèmes bij droge huid

R/ lokale antipruriginosa zoals mentholpreparaten: levomenthol 1% in carbomeerwatergel FNA, levomenthol 1% in lanettecrème I FNA, mentholcrème 0.5%, mentholcrème 2%, mentholstrooipoeder 2%.

 

H1-Antihistaminica

Begin met een niet-sederend anthistaminicum. Indien dit niet helpt, verdubbel of verdriedubbel de aanbevolen dosis (daarbij kunnen wel bijwerkingen optreden, waaronder sedatie). Probeer indien dit onvoldoende helpt andere antihistaminicia uit, desnoods de oudere, sterk sederende. Ook combinaties van een niet-sederend middel overdag en een sederend middel (Nedeltran, Phenergan) voor de nacht zijn mogelijk. Sommige vormen van fysische urticaria (druk urticaria, koude urticaria, urticaria solaris en aquagene urticaria) reageren niet of slecht op antihistaminica. 

R/ niet sederende antihistaminica: Xyzal 1 dd 5 mg (Zyrtec 1 dd 10 mg). Aerius, Telfast, Claritine, Kestine, Semprex,  

R/ matig sederende antihistaminica: Tavegil, mebhydroline

R/ sederende antihistaminica: Tinset, Atarax, Fenistil, Zaditen, Periactin, Polaramine.

R/ sterk sederende antihistaminica: Nedeltran, Phenergan, met name voor 's nachts.

 

Bij ernstige acute urticaria of angio-oedeem:

R/ stootkuur prednison voor korte duur (40-35-30-25-20-15-10-stop).

Bij acute benauwdheid t.g.v. angio-oedeem: zie onder Quincke oedeem

 

H2-antihistaminica

H2 remmers zoals Zantac (ranitidine) of Tagamet (cimetidine) kunnen worden toegevoegd aan gewone antihistaminica. De effectiviteit ervan is echter onzeker. Voorbeeld van een uit te proberen combinatie schema bij chronische idiopathische urticaria:

R/ Xyzal 5 mg 2 dd (of Tinset 30 mg 2 dd) + Zantac (ranitidine) 150 mg 2 dd + prednisolon 5 mg 2 dd (of 1 dd 10 mg).

 

Antileukotriënen

Indien antihistaminica onvoldoende helpen kan eventueel combinatietherapie met antileukotriënen (montelukast) worden uitgeprobeerd. Ook hiervoor geldt dat de werking onzeker is. Recente gecontroleerde studies tonen geen effect aan van toevoeging van montelukast aan antihistaminica, er zijn echter ook studies verschenen die dit wel suggereren.

R/ Singulair (montelukast) 1 dd 10 mg (volwassenen en kinderen vanaf 15 jaar). De tabletten innemen vóór het slapen gaan, 1 uur vóór of 2 uur ná een maaltijd. Altijd in combinatie met een antihistaminicum.

Antidepressiva met H1 en/of H2 neveneffecten

Doxepine in lage dosis is soms effectief, maar kent wel de nodige bijwerkingen.

R/ Sinequan (doxepine) 1-2 dd 25 mg. Combineren met niet-sederend antihistaminicum.

 

Ernstige chronische urticaria, niet reagerend op antihistaminica

R/ Prednison in onderhoudstherapie, 1 dd 10-30 mg. Zoeken naar laagste werkzame hoeveelheid.

R/ Neoral (cyclosporine) in lage dosering (3-4 mg/kg of minder), voor langere duur (effectief bij 75%).

R/ Prograf (tacrolimus) oraal 2 dd 0.05-0.07 mg/kg (2 dd 3-5 mg, geleidelijk af te bouwen naar 1 dd 1-3 mg).

    Ter vergelijk: voor immuunsuppressie bij orgaan donatie is de doseringsrange van tacrolimus 2 dd 0.05-0.15 mg/kg.

 

Immunomodulerende therapien (anecdotal evidence)

R/ dapson (deelbare tablet 100 mg) 50-200 mg dd.

R/ sulfasalazine, mesalazine (3 dd 500-1000 mg mesalazine).

R/ colchicine 2 dd 0.6 mg.

R/ IvIg (intraveneuze immunoglobulinen) 0.4 mg/kg/dag gedurende 5 dagen.

R/ plasmaferese.

R/ rituximab (anti-CD20, experimenteel).

R/ methotrexaat 10-20 mg per week.

R/ Imuran (azathioprine) 1 dd 50-100 mg.

R/ Endoxan (cyclofosfamide) 50-200 mg per dag (1-2 mg/kg dd).

 

 

Referenties

1.

Kozel MM, Sabroe RA. Chronic urticaria: aetiology, management and current and future treatment options. Drugs 2004;64:2515-2536.

2.

Di Lorenzo G, Pacor ML, Mansueto P, Esposito Pellitteri M, Lo Bianco C, Ditta V, Martinelli N, Rini GB. Randomized placebo-controlled trial comparing desloratadine and montelukast in monotherapy and desloratadine plus montelukast in combined therapy for chronic idiopathic urticaria. J Allergy Clin Immunol 2004;114:619-625.

3.

Kessel A, Bamberer E, Toubi E. Tacrolimus in the treatment of severe chronic idiopathic urticaria: an open-label prospective study. J Am Acad Dermatol 2005;52:145-148.

 

 

 

 

 

 

16-11-2006 (JRM/MMK) -  www.huidziekten.nl