ZWANGERSCHAPSDERMATOSEN

codes geen / geen

 

Zwangerschap kan een verbeterende of verslechterende invloed hebben op verschillende dermatosen. Fibroompjes, skin-tags kunnen groter worden (mollusca gravidarum), gingiva hypertrofisch, en maligne melanomen zouden sneller groeien (niet aangetoond). Naast aspecifieke afwijkingen die bij zwangerschap kunnen ontstaan zoals hyperpigmentatie, versterkte beharing, striae, spider naevi, teleangiëctasieën, erythema palmare, varices zijn er ook specifiek bij zwangerschap voorkomende dermatosen (zie verder).

 

 
AUTOIMMUUNPROGESTERON DERMATITIS

Papels/pustels op de extensorzijde van dijen, armen, handen, billen. Case-report, vroeg in zwangerschap, spontane abortus, positieve type IV-reactie op progesteron intradermaal, onduidelijke etiologie.

 

 

ERYTHEMA MULTIFORME

Zou voorkomen bij pre-eclampsie (?), kan ook toevallige associatie zijn.

 

 

HERPES GESTATIONIS (PEMPHIGOID GESTATIONIS)

Op parapemphigus lijkende centrifugaal uitbreidende hevig jeukende vesikels en subepidermale bullae op een erythemateuze/urticariële ondergrond, crustae en excoriaties. IF-onderzoek perilesionale huid verrichten: HG factor (IgG-anti-BM) vaak aantoonbaar, lineaire C3-deposities langs BM obligaat. Begint meestal op buik, rond navel, daarna extremiteiten, zelden slijmvlieslesies. Kan op elk moment beginnen, zelfs post-partum. Kan bij volgende zwangerschappen terugkomen. Verhoogde kans op prematuur of doodgeboren kind. Gynaecoloog/verloskundige inschakelen. Blaarvorming en jeuk onderdrukken.

R/ lokale steroïden (triamcinolon)

R/ corticosteroïden per os, 20-40 mg, af te bouwen indien mogelijk. Voor of vlak na de geboorte kan het nodig zijn de dosis weer snel te verhogen. Cave bijnierschorsinsufficiëntie bij kind.

R/ antihistaminica (Phenergan) bij ondraaglijke jeuk.

R/ plasmaferese

R/ azathioprine, cyclofosfamide, ciclosporine.

R/ Dapson, 50 tot 100 mg dd, cave kernicterus bij het kind, in laatste dagen graviditeit stoppen.

R/ sulfasalazopyrine

 

 
IMPETIGO HERPETIFORME: zie ook psoriasis pustulosis.

Zeldzame, zeer ernstige, niet van gegeneraliseerde psoriasis pustulosa te onderscheiden afwijking met pustelvorming, erosies, vegetaties, meestal in 3e trimester. Bij vrouwen met of zonder psoriasis in anamnese. Begint met erythemateuze plaques in liezen, oksels, nek, later ontstaan oppervlakkige pusteltjes. Kan erytrodermie worden met koorts, misselijkheid, braken diarree, convulsies, tetanie (hypocalciëmie). Gevaarlijk voor moeder en kind. Opname, controle elektrolieten, etc.

R/ corticosteroïden systemisch tot 60 mg per dag.

 

 
PAPULAR DERMATITIS OF PREGNANCY

Onduidelijk gedefinieerd, dubieus beeld met kleine erythemateuze papels welke weggekrabt worden, zou gepaard gaan met verhoogd HCG in urine, en verhoogde foetale sterfte.

R/ corticosteroïden in hoge dosering (100 mg dd).

 

 
ZWANGERSCHAP: PRURIGO GESTATIONIS (prurigo gestationis van Besnier)

Gegroepeerde kleine prurigopapels + excoriaties en crustae proximaal aan de extremiteiten (vooral strekzijde), buik en schouders, begint meestal rond 25e week (na 4e maand, piek in 20e-34e week) meestal over na bevalling maar kan tot 3 maanden post-partum duren. Post-inflammatoire hyperpigmentatie. Oorzaak niet bekend. Bij 1:300 vrouwen. Niet bij volgende zwangerschappen. Geen invloed op foetus.

R/ corticosteroïd-crème lokaal, proberen zo laag mogelijk uit te komen.

R/ phenergan bij ondraaglijke jeuk (van de nieuwe, minder sederende antihistaminica moet eerst nog blijken dat ze niet teratogeen zijn)

R/ Lokale anaesthetica, anti-jeuk lotions, verkoelende lotions

 

 

PRURIGO GRAVIDARUM

Vroege vorm: jeukende oedemateuze papels op extremiteiten, begint in 2e trimester. Oorzaak onbekend, ongevaarlijk. verdwijnen spontaan post partum. Late vorm van prurigo gravidarum: zie PUPPP

 

 

PRURITIC FOLLICULITIS OF PREGNANCY

Folliculitis met intraluminaire pustelformatie; maand 4-9; geen consequenties.

 

 

PRURITIC URTICARIAL PAPULES AND PLAQUES OF PREGNANCY (PUPPP)

Synoniemen: late vorm van prurigo gravidarum, toxemic rash of pregnancy, polymorphous eruption of pregnancy. Hevig jeukende (slapeloosheid!) erythemateuze urticariële papels en plaques, desondanks zelden excoriaties. Beginnen vaak op de buik, bij 50% in striae, rond de navel, later op bovenbenen, billen, armen. Zelden op of boven nivau borst, niet in gezicht. Begint in 3e zwangerschapstrimester; verdwijnt meestal binnen 3 dagen na partus. Vaak (75%) bij primigravida, recidieven onwaarschijnlijk. Geen specifiek PA-beeld. DD: toxicodermie, erythema multiforme, herpes gestationis.

R/ lokaal corticosteroïd therapie (tenminste graad III, intensief gebruik 5-6 dd in eerste dagen).

R/ eventueel prednison oraal. Antihistaminica zouden weinig effekt hebben.

 

 
PRURITUS GRAVIDARUM

Komt bij 20% van de zwangeren voor. Normale huid zonder excoriaties. Begint op buik, in derde maand, ergst in laatste maand. Soms door cholestase, o.i.v. oestrogenen.

 

 
RECURRENT CHOLESTASIS OF PREGNANCY

Prurigo t.g.v. intrahepatische cholestase. Gegeneraliseerde pruritus zonder huidafwijkingen m.u.v. excoriaties, later gevolgd door geelzucht (moe, misselijk, pijn linker bovenbuik, donkere urine, lichte ontlasting). Meestal in 3e trimester. Op onduidelijke wijze door oestrogeen of progesteron geïnduceerd, neigt tot recidiveren, komt ook familiaal voor. Kans op premature of kleinere kinderen.

R/ indifferente creme's, lokale antipruritica.

R/ cholestyramine.

 

 

 

 

 

31-12-2003 (JRM) -  www.huidziekten.nl