STAMVARICOSE VAN DE VENA SAPHENA PARVA ICD10: I83.9


Stamvaricose van de vena saphena parva Stamvaricose van de vena saphena parva

Stamvaricose van de vena saphena parva

Zie voor diagnostiek onder duplexonderzoek van de vena saphena parva


Crossectomie van de VSP
Bij crossectomie (onderbinden) van de VSP wordt een dwarse incisie in de knieholte gemaakt. De exacte locatie van de insufficiënte VSP wordt eerst met duplex gemarkeerd. Het vat wordt opgezocht, vrij geprepareerd en doorgenomen.


Crossectomie + strip van de VSP
De VSP kan ook worden gestript. Na onderbinden van de crosse wordt een pinstripper door de VSP gevoerd tot onder de kuitspier, en komt daar via een klein sneetje in de huid naar buiten. Het uiteinde van de stripper wordt stevig vastgemaakt aan de VSP stomp. Vervolgens wordt het hele vat binnenste buiten uit het been getrokken. Daarna wordt het been gezwachteld. Dit drukverband blijft 1 tot 2 weken zitten om hematomen te voorkomen. De ingreep wordt verricht op de operatiekamer, door de vaatchirurg, onder algehele narcose of d.m.v. een ruggeprik. Het strippen van de VSP wordt niet vaak gedaan, omdat er kans is op beschadiging van meelopende zenuwen, en omdat onderbinden van de VSP eventueel gecombineerd met een convolutectomie vaak volstaat.


film: crossectomie + korte strip VSM, en daarna crossectomie + strip van de VSP



Sclerocompressie therapie
Een insufficiënte vena saphena parva kan ook gescleroseerd worden, en dat geldt ook voor convoluten ter plaatse. In feite kan alles gescleroseerd worden behalve een insufficiënte vena saphena magna. En zelfs die kan met aanpassing van de techniek (foamscleroseren onder echo geleiding) worden gescleroseerd. Voorwaarde is wel dat een hoge concentratie (3%) en voldoende volume wordt ingespoten, en dat er adequate compressie wordt gegeven gedurende minimaal 3 weken.
De venen worden in staande positie afgetekend. Vervolgens worden ze in liggende positie ingespoten met aethoxysclerol in een concentraties van 3% (zie schematisch overzicht). Bij de hoge concentratie 3% moet wel altijd eerst worden opgetrokken om de ligging van de naald in het vat te controleren. Om dit goed te kunnen doen is een spuit nodig waarvan de zuiger gemakkelijk op en neer beweegt. Tijdens het optrekken moet de spuit goed gefixeerd worden t.o.v. het been. Een klein beetje veneus bloed (niet helder rood) dient te verschijnen in de spuit. Niet teveel optrekken, anders verdunt het sclerosans. Vervolgens het sclerosans langzaam inspuiten. Dit hoort weerstandsloos te gaan en geen pijn te veroorzaken. Per keer mag maximaal 12% gespoten worden, dus maximaal 4 ml van 3%. Zie verder onder protocol scleroseren.

Het scleroseren van venen is normaal niet zichtbaar. In het onderstaande filmpje wordt d.m.v. groen licht het inspuiten van een vene gevolgd. Er wordt een volume van circa 2-3 ml ingespoten, dat over een lang traject terecht komt.


film: scleroseren van middelgrote varices, zichtbaar gemaakt met groen licht



Foamscleroseren onder Duplexgeleiding
Hierbij wordt 3% aethoxysclerol ingespoten in de vena saphena magna onder Duplex controle. De aethoxysclerol oplossing wordt samen met wat lucht tot een schuim geklopt door het via een driewegkraantje met kracht van de ene spuit naar de andere spuit op te trekken. Dit schuim is wat visceuzer dan de vloeistof en maakt daardoor waarschijnlijk beter contact met de vaatwand.


film: foamscleroseren van de VSP


Auteur(s):
dr. Jan R. Mekkes. Dermatoloog, AMC, Amsterdam.

31-08-2017 (JRM) - www.huidziekten.nl W3C-html-4.01-valid



web counter