MIDDELGROTE EN KLEINERE VENEN ICD10: I83.9


Middelgrote en kleinere venen
Middelgrote en kleinere venen


Sclerocompressie therapie
Scleroseren is de voorkeurs behandeling bij dit type venen. De venen worden in staande positie afgetekend. Vervolgens worden ze in liggende positie ingespoten met aethoxysclerol in concentraties van 0.5 tot 3%. De concentraties hangen af van de grootte van het vat (zie schematisch overzicht). De allerkleinste vaatjes (besenreiser en reticulaire venen) worden met 0.5% of 1% ingespoten. Daarvoor kan de allerkleinste naald worden gebruikt omdat niet eerst voor het inspuiten opgetrokken hoeft te worden. Bij de hogere concentraties 2% en 3% moet wel altijd eerst worden opgetrokken om de ligging van de naald in het vat te controleren. Om dit goed te kunnen doen is een spuit nodig waarvan de zuiger gemakkelijk op en neer beweegt. Tijdens het optrekken moet de spuit goed gefixeerd worden t.o.v. het been. Een klein beetje veneus bloed (niet helder rood) dient te verschijnen in de spuit. Niet teveel optrekken, anders verdunt het sclerosans. Vervolgens het sclerosans langzaam inspuiten. Dit hoort weerstandsloos te gaan en geen pijn te veroorzaken. Per keer mag maximaal 12% gespoten worden, dus maximaal 4 ml van 3%, of 6 ml van 2%, of 12 ml van 1% etcetera. Zie verder onder protocol scleroseren.

Het scleroseren van middelgrote vaten is normaal niet zichtbaar. In het onderstaande filmpje wordt d.m.v. groen licht het inspuiten van een vene gevolgd. Er wordt een volume van circa 2-3 ml ingespoten, dat over een lang traject terecht komt.


film: scleroseren van middelgrote varices, zichtbaar gemaakt met groen licht


Auteur(s):
dr. Jan R. Mekkes. Dermatoloog, AMC, Amsterdam.

31-08-2017 (JRM) - www.huidziekten.nl W3C-html-4.01-valid



web counter