ALBUMINE SUPPLETIE BIJ EXFOLIATIEVE DERMATOSEN home ICD10: n.v.t.

Hypo-albuminemie wordt o.a. gezien bij ernstige exfoliatieve dermatitis en brandwonden. Vaak samen met ernstig vochtverlies, uitdroging, hyponatriëmie, en stijging van kreatinine en ureum. Het albumine kan snel dalen. Het suppleren van albumine bij patiënten met hypoalbuminemie staat de laatste jaren ter discussie. Enkele meta-analyses en retrospectieve studies geven aan dat het bij ondervulling in zijn algemeenheid niet zoveel zin heeft (niet minder sterfte). Omdat dit studies blijken te zijn met veel confounders (juist de ergste patiënten krijgen eerder albumine toegediend) is hier nog geen consensus over. Verder kunnen deze studies niet geëxtrapoleerd worden naar de specifieke situatie bij exfoliatieve dermatosen.
Totdat anders blijkt blijft het advies om bij patiënten met uitgebreide exfoliatieve dermatitis (Stevens Johnson syndroom / TEN) regelmatig het albumine te controleren en te suppleren indien het onder de 25 g/L daalt. Deze patiënten verliezen net als brandwond patiënten veel vocht en eiwit uit de huid. De epidermis is er af en liters eiwitrijk vocht verdwijnt in het beddengoed. Zodra het albumine onder de kritieke waarde daalt is de colloid-osmotische druk te laag en verdwijnt nog meer vocht. Dit is dan vrijwel niet meer bij te infunderen met alleen NaCl.

R/ Albumine oplossing (meerdere merken) 200 mg/ml 100 ml. Verdunnen 1:4 (aanvullen met 300 ml 0.9% NaCl) tot 50 mg/ml. Dit is licht hyperosmotisch. Langzaam in 2 uur in laten lopen (maximale infusiesnelheid 200-250 ml/uur).


Auteur(s):
dr. Jan R. Mekkes. Dermatoloog, AMC, Amsterdam.

31-12-2009 (JRM) - www.huidziekten.nl W3C-html-4.01-valid



web counter