BABOON SYNDROOM home ICD10: L25.1

Geneesmiddelenreactie die zich beperkt tot erytheem van de billen (baboon = baviaan) en de plooien (oksels en liezen). Er is geen verklaring voor de voorkeurslokalisatie. Volgens striktere definities is het baboon syndroom een exantheem dat optreedt na systemische blootstelling aan een geneesmiddel waarvoor een pati├źnt eerder gesensibiliseerd is. Een voorbeeld is behandeling van acne met erytromycine of clindamycine lotion, waarbij het baboonsyndroom ontstaat na behandeling met systemische antibiotica. Ook Parfenac (lokale NSAID) is een bekend voorbeeld. Het acronym SDRIFE is bedacht (Symmetrical Drug-Related Intertriginous and Flexural Erythema) voor dit syndroom.

Klinisch beeld:
Scherp begrensd erytheem en schilfering van de nates en/of lies en bovenbeen regio, vaak inclusief de plooien.

Baboon syndroom Baboon syndroom Baboon
baboon syndroom baboon syndroom baboon

Diagnostiek:
patch test, eventueel orale provocatie

Therapie:
R/ Lokale corticosteroïden klasse II-III.


Referenties
1. Akay BN, Sanli H. Symmetrical drug-related intertriginous and flexural exanthem due to oral risperidone. Pediatr Dermatol 2009;26(2):214-216.
2. Arnold AW, Hausermann P, Bach S, Bircher AJ. Recurrent flexural exanthema (SDRIFE or baboon syndrome) after administration of two different iodinated radio contrast media. Dermatology 2007;214:89-93.


Auteur(s):
dr. Jan R. Mekkes. Dermatoloog, AMC, Amsterdam.

30-04-2010 (JRM) - www.huidziekten.nl W3C-html-4.01-valid



web counter