PICKER'S NODULE (PICKERS NODULE) home ICD10: L28.1

Een picker's nodule is een chronische jeukbult, eigenlijk is het een synoniem van prurigo nodularis. De term picker's nodule wordt gebruikt als het om één nodus of enkele prurigo nodi gaat, zijn het er meer dan wordt meestal de diagnose prurigo nodularis gesteld, en bij plaquevormige laesies lichen simplex chronicus. Solitaire picker's nodules zitten vaak op het behaarde hoofd, of in de nek, maar ze kunnen overal zitten, met name op plekken waar de (dominante) hand goed bij kan. Ze jeuken hevig. Vaak worden ze onbewust of 's nachts kapotgekrabt, soms ook bewust: het kapot krabben beschadigt de huid, maakt de huid dikker (fibrose, lichenificatie) en kan ook wonden veroorzaken. Maar de dwang om het te doen is sterk, het kan verlichting geven (het spreekwoord jeuk is erger dan pijn is hier op van toepassing) en voor een deel is het ook een autonome reflex om te blijven krabben aan een plek die hevig jeukt.

Pickers nodule Pickers nodule
pickers nodule pickers nodule


DD: prurigo nodularis, prurigo Besnier, persistant insect bites, lichen simplex chronicus, dermatofibroom, acquired digital fibrokeratoma, infantile digital fibromatosis, keratoacanthoom, plaveiselcelcarcinoom.

Therapie:
Sterke corticosteroïden (klasse IV of III) om de jeuk-krabben-wond-jeuk cyclus te doorbreken. Eventueel bij een beperkt aantal laesies intralesionale corticosteroïden.
R/ Dermovate zalf of crème.
R/ Diprosone, Diprosaliczalf.
R/ Intralesionale corticosteroïden (Kenacort A-10).
Zie verder onder prurigo nodularis.


Auteur(s):
dr. Jan R. Mekkes. Dermatoloog, AMC, Amsterdam.

21-02-2016 (JRM) - www.huidziekten.nl W3C-html-4.01-valid



web counter