INFECTIES DOOR STAPHYLOCOCCUS AUREUS home ICD10: A49.0

Huidinfecties

Folliculitis
Een folliculitis is een oppervlakkige purulente ontsteking van een haarzakje en naaste omgeving. Klinisch uit zich dit als enkele rode, verheven, pijnlijke laesies, gecentreerd op een haarzakje. Er zijn geen algemene verschijnselen. Een enkele keer komt uitgebreide folliculitis voor in het baardgroeigebied (sycosis barbae).

Furunkel en karbunkel
Een furunkel (steenpuist) is een hevige ontsteking van een haarzakje en naaste omgeving, dieper dan folliculitis. Dit type infectie komt voor op de behaarde huid, met als voorkeur het gezicht, de nek, oksels en billen. De infectie begint als een pijnlijke puist, die snel evolueert tot een warme, pijnlijke, verheven en geïndureerde laesie met een diameter van 1 tot 2 cm. In een later stadium verschijnt centraal een gelige punt. Deze puisten kunnen spontaan openbarsten en een gelige crèmige substantie afscheiden, waarna genezing optreedt. Regelmatig komen satelliet (omringende) laesies voor en kunnen furunkels ontstaan op andere lokalisaties, meestal door zelfbesmetting. Meestal zijn er geen algemene ziekteverschijnselen, behalve bij uitgebreide furunculose. Men spreekt van furunculose bij meer dan vier furunkels tegelijk of meer dan vier furunkels per jaar.
Een karbunkel (negenoog) is dieper gelegen en is een verzameling van furunkels. Doorbraak naar diepere lagen en laterale verbreiding leidt tot evacuatieopeningen in de omgeving. Uiteindelijk ontstaat centraal een necrotische krater, welke geneest door granulatievorming. Meestal gaat de ontwikkeling van een karbunkel gepaard met koorts (eventueel piekend en koude rillingen) en malaiseklachten.

Impetigo
Impetigo (krentenbaard) is een oppervlakkige, zich uitbreidende infectie van de huid. Deze infectie doet meestal de blootgestelde huid (gezicht en benen) van kinderen aan. Soms kunnen ook streptokokken de oorzaak zijn van impetigo (10-20% van de gevallen).
Impetigo begint als een rode vlek, waar uiteindelijk blaarvorming optreedt met daarin een wittige vloeistof. Deze blaar barst spoedig en laat dan een gelige dikke natte korst achter (diameter >1 cm) met daaromheen erytheem (roodheid). De meeste kinderen hebben meerdere laesies in verschillende stadia. De laesies genezen zonder littekenvorming. Er zijn meestal geen algemene ziekteverschijnselen, maar wel reactieve lymfklieren.
Impetigo kan voorkomen als superinfectie bij een varicella-zoster-infectie. Hierbij zijn de patiënten meestal flink ziek met hoge koorts.

Pemphigus neonatorum (staphylococcal scalded skin syndroom)
Het staphylococcal scalded skin syndrome (SSSSS) is een zich sterk uitbreidende oppervlakkige huidinfectie bij neonaten en jonge kinderen. Bij dergelijke infecties ziet men verspreid over de huid met pus gevulde blaren en/of blaasjes. Onder invloed van S. aureus-exotoxinen laat de huid los. Dit kan aangetoond worden door licht te wrijven over de huid, het zogeheten teken van Nikolsky.

Mastitis puerperalis
Zwelling en stase in de borstklier predisponeren tot mastitis puerperalis. De ontsteking ontstaat meestal in de eerste twee tot drie weken na de bevalling en gaat gemakkelijk over tot abcedering.

Paronychium en panaritium
Paronychium is een infectie van de nagelwal, zich uitend in zwelling en roodheid van dit gebied. Panaritium is een diepe infectie van de vinger. Beide infecties kunnen zich uitbreiden en uiteindelijk een osteomyelitis veroorzaken.

Wondinfectie
Een door S. aureus geïnfecteerde chirurgische of traumatische wond is pijnlijk, wordt toenemend rood en gezwollen, en vormt uiteindelijk pus. Bij chirurgische wonden is het van belang te bepalen hoe diep deze infectie is om adequate therapie in te kunnen stellen.

Cellulitis
Cellulitis is een plotselinge uitbreidende infectie van de huid en het onderhuidse vet. Wondjes, ulcera of furunkels predisponeren tot het ontwikkelen van een cellulitis. Binnen enkele dagen ontstaat rondom de laesie lokale pijnlijkheid en roodheid, die snel intensiveert. Het gebied kan zeer uitgebreid in omvang zijn, is rood, warm en gezwollen. In tegenstelling tot erysipelas zijn de grenzen van de laesie niet verheven en niet scherp begrensd. Regionale lymfadenopathie is normaal, en bacteriëmie kan ontstaan. Ook kunnen zich lokaal abcessen ontwikkelen. Daarnaast hebben de patiënten koorts, malaise en vaak koude rillingen. In de Engelstalige literatuur worden de begrippen cellulitis en erysipelas door elkaar gebruikt.

Pyodermie
Pyodermie is een niet specifieke term voor huidinfecties met S. aureus of andere bacteriën.

Stafylococcus aureus Folliculitis pustels
Stafylococcus aureus S. aureus folliculitis Stafylococcus aureus




Invasieve infecties

Bacteriëmie en endocarditis
Een S. aureus-bacteriëmie is een bloedbaaninfectie (sepsis) en ontstaat meestal secundair aan een lokale infectie met dit micro-organisme. De geïnfecteerde foci kan men verdelen in extravasculair (cellulitis, ulcera, brandwond, e.d.) en intravasculair (perifere of centraal veneuze catheter, intraveneus drugsgebruik). In 10-20% van de gevallen kan geen oorzakelijk focus worden gevonden. Het klinisch beeld is dat van een plotselinge zeer zieke patiënt met koude rillingen en snel stijgende temperatuur. Vaak klaagt de patiënt over gewrichtspijnen. Indien niet tijdig adequate antibiotische therapie wordt gestart, kunnen metastatische ontstekingshaarden ontstaan. Deze haarden kunnen in elk orgaan ontstaan, maar hebben een voorkeur voor de nieren, longen, lange pijpbeenderen (kinderen) en wervels (volwassenen), en kunnen gaan abcederen. Een S. aureus-bacteriëmie heeft een hoge letaliteit.
Endocarditis is een ernstige infectie van één van de hartkleppen, welke langdurig met intraveneuze antibiotica dient te worden behandeld, eventueel met hartklepvervanging. Bij een S. aureus-bacteriëmie moet een endocarditis worden uitgesloten. Klinisch kan men in 20-50% van de gevallen huidlaesies aantreffen, zoals splinterbloedinkjes (nagels), petechiën (conjunctiva, extremiteiten) en tekenen van vasculitis (Osler-knobbeltjes en Janeway-laesies). Meestal is de endocarditis linkszijdig. In geval van intraveneus drugsgebruik moet men aan rechtszijdige endocarditis denken (een dergelijke patiënt kan zich presenteren met een abcederende pneumonie).

Abcessen
Een abces (etterbuil) is een puscollectie in een niet eerder bestaande ruimte. S. aureus-abcessen ontstaan lokaal, secundair aan een (oppervlakkige) huid- of weke deleninfectie, of op afstand als gevolg van een bacteriëmie. Klinische symptomen zijn afhankelijk van de lokalisatie en uitgebreidheid van het abces. Niet adequaat of onbehandelde abcessen resulteren meestal in recidiverende bacteriëmieën.

Pneumonie
Stafylokokkenpneumonie kan ontstaan na een virale luchtweginfectie (meestal influenza) of ten gevolge van een bacteriëmie. Een stafylokkenpneumonie heeft een abcederend beloop. Men moet bedacht zijn op eenS. aureus-pneumonie bij intraveneus drugsgebruikers met een pneumonie die niet overgaat met standaardtherapie. Op de longfoto ziet men multipele consolidaties en/of een pleura-empyeem. Zeer zelden kan S. aureus, die dan dient te beschikken over een specifieke virulentiefactor (PVL), necrotiserende pneumonieën geven bij gezonde jonge volwassenen.

Osteomyelitis
Osteomyelitis (botinfectie) kan na een bacteriëmie ontstaan of na een infectie ten gevolge van een lokaal trauma. Bij kinderen treedt osteomyelitis vooral op in de lange pijpbeenderen en begint gewoonlijk in de metafyse na een bacteriëmie. Bij volwassenen treedt osteomyelitis meestal op na een trauma. Hematogene uitzaaiing gaat bij volwassenen vooral naar de wervels. Klinisch heeft men meestal koorts en lokaal pijn, vooral bij palpatie of belasting.

Septische artritis
Septische artritis is een purulente ontsteking van meestal één gewricht. S. aureus-artritis ontstaat met name hematogeen. Klinisch ziet men een rood gezwollen en pijnlijk gewricht, met pijn bij palpatie en beweging. Meest voorkomende aangedane gewrichten zijn: knie, heup, elleboog, schouder en interphalangeaal.

Toxisch shock syndroom
Dit syndroom wordt gekenmerkt door hoge koorts, hypotensie, diffuus erythemateus exantheem met schilfering en vervelling (handpalmen en voetzolen) en verschijnselen van één of meer orgaansystemen: braken en diarree, conjunctivitis en pharyngitis, hoofdpijn en verwardheid, en stoornissen in nier- en leverfuncties. Dit syndroom kwam begin tachtiger jaren epidemisch voor, voornamelijk bij menstruerende vrouwen die nieuwe, sterk absorberende, tampons gebruikten. Daarnaast is het een syndroom dat wel eens bij kinderen voorkomt. Toxisch shock syndroom wordt veroorzaakt door S. aureus-stammen die een specifiek exotoxine (TSST-1) produceren, dat verantwoordelijk is voor de shockverschijnselen.

Voedselintoxicaties
Stafylokokken kunnen enterotoxines produceren die acute voedselintoxicaties kunnen veroorzaken.


Referenties
1. Landelijke Protocollen Infectie Bestrijding LCI op www.rivm.nl


Auteur(s):
dr. Jan R. Mekkes. Dermatoloog, AMC, Amsterdam.

30-04-2017 (JRM) - www.huidziekten.nl W3C-html-4.01-valid



web counter